zaterdag 23 maart 2024

Max Kijzer en Kees Verheul (Recensies)

MAX KIJZER EN KEES VERHEUL

Literatuurmuseumdirecteur Aad Meinderts (1957) publiceert in ‘Uit geil en bloed bestaat dit rotte leven!’ een solide, fraai geïllustreerde biografische schets van Max Kijzer (1893-1944), een Joodse romanschrijver, dichter, criticus en organisator van literaire salons van wie vrijwel niemand zal hebben gehoord. Kijzer, zoon van een Amsterdamse sigarenfabrikant, had hopeloos veel ambities waarmee hij zijn omgeving danig zal hebben vermoeid. Door tegenslagen liet hij zich niet afschrikken. Hij publiceerde verzen in Stols’ tijdschrift Helikon en werd vaste medewerker van Willem Kloos’ De Nieuwe Gids. Als motto kreeg het boekje het intrigerende gedicht ‘Zelfportret’ uit 1935: ‘De zomersproeten moet ge mij vergeven, / de spikkelappel is niet altoos rot, / de dubbeldikke neus was ook het lot / van Socrates en die was zeer verheven.’ Kijzers romans vol erotiek werden in de pers afgekraakt. Naar aanleiding van een brief aan Kloos gewaagt Meinderts van ‘bijna pathologische nederigheid, waarachter een persoonlijkheid schuilgaat die overtuigd is van eigen genialiteit’. Na een relatiedrama vluchtte Kijzer in 1939 uit Amsterdam naar Rotterdam. Curieus is dat hij nog in 1942 in eigen beheer de gestencilde beschouwing H. Marsman (1899-1940) publiceerde. Een voorgevoel van eigen ondergang? Max Kijzer, weggevoerd uit Westerbork, overleed ‘ergens’ in Midden-Europa in 1944, eenenvijftig jaar oud. Een bescheiden plekje in de literatuurgeschiedenis heeft hij nu alsnog gekregen.

            De Flanor-reeks verrast met de kleine essaybundel Herleefd vermogen van Kees Verheul (1940). Hiermee laat deze eminente slavist, die ook in Rusland naam heeft, voor het eerst sinds lange tijd van zich horen. Volgens het voorwoord had Verheul, die in 2007 ernstig ziek werd en na herstel mantelzorger werd voor zijn levenspartner die in 2018 overleed, lange tijd ‘belangrijkere dingen aan mijn hoofd […] dan schrijver te zijn. En als mijn handen soms jeukten om een zich aandienend idee vorm te geven, dan ontbraken mij meestal zowel de gelegenheid als de moed.’ De vier essays zijn autobiografisch getoonzet, maar verraden de interesses van de slavist Verheul: Sint-Petersburg / Leningrad, Anna Achmatova, Osip Mandelstam en Iosif Brodski. In het essay ‘’s Nachts dromend, op de tast’ analyseert Verheul zijn droomleven, vooral zijn stadsdromen. Behartigenswaardig is zijn uitgangspunt dat de stadsplattegronden van Sint-Petersburg, Moskou en andere grote steden overeenkomsten vertonen met een lengtedoorsnede van een menselijk lichaam: ‘Sinds de verruiming van mijn kijk op plattegronden ben ik geneigd me dierbare steden voor te stellen als de binnenwereld van mensen.’ En kennelijk moeten we daarbij niet alleen aan borstkassen en luchtpijpen denken maar ook aan onze droomwereld.


Aad Meinderts, ‘Uit geil en bloed bestaat dit rotte leven!’ Max Kijzer (1893-1944). 2021. 93 p. € 19,50 | Kees Verheul, Herleefd vermogen. 2021. 54 p. € 19,50 (uitgaven van Flanor, Nijmegen, uitgeverijflanor@gmail.com)

|Eerder verschenen in de rubriek 'Schoon & haaks', De Parelduiker 27 (2022), nr. 2, pp. 70-72.