zondag 31 december 2023

Leo Mietus: Ecce homo (Recensie)

DE PREEK DIE A. MARJA NIET HIELD

A. Marja, pseudoniem van dichter en schrijver Arend Theodoor Mooij (1917-1964), is eerder herinnerd door ‘practical jokes’ dan door zijn werk. De autobiografische roman Snippers op de rivier (1941) kreeg een paar herdrukken en uitgeverij Kleine Uil bracht in 2008 nog een keuze uit zijn gedichten uit, maar verder moest hij het hebben van uitgaven van de marginale Sjaalmanpers in de jaren tachtig. Het was de tijd dat Wim Hazeu een biografische schets schreef, A, Marja, dichter en practical joker (Stabo 1985). Decennia later tekent Hazeu ook voor het voorwoord bij Ecce homo, een boekje over Marja door Leo Mietus (1958), docent aan het Seminarium van de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten in Amsterdam. Daarmee zijn we dicht bij huis, want Marja was de zoon van de vrije evangelische predikant ds. M.J. Mooij en kleinzoon van ds. Arend Mooij die aan de wieg van de Bond stond. Het smaakvol vormgegeven en zorgvuldig verantwoorde boekje maakt van de anecdotische Marja ineens een serieus onderwerp. De aanleiding is verrassend, zo niet onthullend. Marja zocht eind 1963 contact met een ooit met zijn vader bevriende dominee in Heerde met het doel aldaar belijdenis te doen en een preek te houden. Hij stierf begin 1964 en de preek bleef onvoltooid liggen. Mietus bezorgt de tekst en plaatst Marja in de geloofssfeer van zijn familie en omgeving, met een hoofdrol voor ‘rode’ dominee J.J. Buskes. Hij laat Marja in zijn waarde als man die niets van hoogdravende kerkelijke stellingen moest hebben, niet geloofde in het hiernamaals, worstelde met zijn geloof, maar die, naar eigen zeggen, ‘zoiets als “de eeuwigheid” in een flitsend moment ervaren kon.’ De preek van Marja gaat over de oudtestamentische richter Simson: een ‘barbaarse doordrijver en dwarszitter’. Marja, die gebukt ging onder de vroege dood van zijn moeder en nooit helemaal volwassen werd, lijkt het via Simson vooral over zichzelf te hebben: ‘op het eerste gezicht is hij veel meer het opstandige type, dat nu eindelijk wel eens van de pappot en het verlammende gezeur af wil zijn en zijn eigen leven leiden. [..] Maar als de volwassenheid is aangebroken [..] begint het gedonder en het begint meteen goed.’ Achteraf lijkt Marja, met de dood in zicht, iets te hebben willen verwezenlijken waartoe hij als zoon uit een domineesclan eigenlijk was voorbestemd: voorganger zijn. Dit voorbeeldige boekje maakt duidelijk welke ernst achter zijn grollen schuilt.

Leo Mietus, Ecce homo. A. Marja’s zoektocht naar een authentieke vorm van geloven en zijn onvoltooide preek over Simson. Bennekom: Stichting Seminarium Bond van Vrije Evangelische Gemeenten in Nederland, 2022. 72 pp. € 17,50 (info@bondveg.nl)

| Eerder verschenen in de rubriek 'Schoon & haaks', De Parelduiker 27 (2022), nr. 5, pp. 76-77.

Manès Sperber: De waterdragers van God (Recensie)

AUTOBIOGRAFIE VAN MANÈS SPERBER

Uitgeverij Van Maaskant Haun komt met een gedurfd initiatief: de publicatie in drie delen van Alles wat voorbij is, de autobiografie van de Duitstalige Joodse schrijver Manès Sperber (1905-1984). Sperber komt uit Habsburgs Galicië, het land van Joseph Roth. Het eerste deel, De waterdragers van God (1974), gaat over Sperbers kinderjaren in het joods-orthodoxe milieu van het stadje Zabłotów (nu Zablotiv in het Oekraïense district Ivano-Frankivsk), waarvan de Joodse bevolking in de Tweede Wereldoorlog is uitgemoord. De slagschaduw van de geschiedenis is alom vertegenwoordigd: ‘In het huidige Zabłotów zijn er geen graven meer die aan hen die uitgeroeid zijn, geen begraafplaatsen meer die aan hun voorouders herinneren; de stadsarchieven zijn verdwenen, waarschijnlijk verbrand.’ Sperber, zelf afkomstig uit een tamelijk welgestelde familie, schetst het bekende beeld van modder en armoede in een sjtetl: ‘Kledingherstellers en schoenlappers waren de ambachtslieden die het meeste werk hadden; zonder hen zouden veel kinderen naakt en ook ’s winters op hun blote voeten hebben moeten rondlopen.’ Het geloof in de Messias houdt de steeds maar biddende gemeenschap op de been. Kinderen uit arme milieus zijn in het stadje aan de Proet seksueel al vroeg rijp. De mannen zwemmen, oud en jong, in de zomer naakt in de rivier, en kinderen slapen met hun ouders in één bed en zijn getuige van de geslachtsdaad: ‘Ja, de arme kinderen van de sjtetl – en arm waren ze  bijna allemaal – deden al heel vroeg inzichten en ervaringen op waardoor ze sommige dingen beter begrepen dan veel welgestelde kinderen die later psychoanalyticus zouden worden…’

Sperber schrijft zijn meeslepende boek nadrukkelijk als psychoanalyticus (Alfred Adler was zijn leermeester) en beschouwt zichzelf als object voor zelfstudie: ‘Nog niet zo lang geleden – ik was pas zestig geworden – wist ik opeens zeker dat ik het gezicht dat ik ten minste één keer per dag in de spiegel ontmoet als een vreemd gezicht ervaar.’ Al jong begrijpt Sperber dat dingen anders zijn dan ze lijken: ‘En het is waar, een kind van de Joodse sjtetl leerde al heel jong dat de intonatie waarmee je praat meer zegt over de betekenis dan de woorden zelf.’ In 1916 verhuist de familie naar Wenen en vervalt in bittere armoede. De leergierige en nieuwsgierige Sperber krijgt aansluiting bij zionistische padvinders en Oostenrijkse marxisten. Maar de binnenlaag van het verhaal is hier belangrijker: Sperber redeneert over schijn en werkelijkheid, simulering en leugens. In uitgesproken intellectueel proza analyseert Sperber zichzelf, laat de mogelijkheid open dat hij betekenis toekent aan dingen die ze vroeger nooit hadden of dat zijn herinnering iets vervalst. Sperber is een modernistisch auteur: hij biedt inkijkjes in zijn werkplaats, treedt uit zijn boek door zelf een paar bladzijden terug te bladeren, of andere boeken van zichzelf te citeren. Na deze analyse vertrouw je geen enkele autobiografie meer, zelfs niet die van Sperber die de lezer ook genoeg argumenten aandraagt om hem te wantrouwen. De lezer misleidt ook zichzelf: hij denkt onwillekeurig over een jongeman te lezen, maar Sperber is nog een jongen van twaalf die Dostojevski leest en met marxisten in het café zit. We kijken uit naar deel twee en drie. Misschien volgt ook nog een nawoord?

Manès Sperber, De waterdragers van God. Alles wat voorbij is, 1 (vert. Jan Bert Kanon). Zorgvlied: Van Maaskant Haun, 2022. 237 pp. € 22,99 (uitgeverijmh@kpnmail.nl

| Eerder verschenen in de rubriek 'Schoon & haaks', De Parelduiker 27 (2022), nr. 5, pp. 75-76.

zaterdag 16 december 2023

Interview in Bulgaars maandblad "Koeltoera" (Sofia)

INTERVIEW IN BULGAARS MAANDBLAD KOELTOERA (SOFIA)

Van 1 tot 22 september 2023 verbleef ik in Sofia als gast van de Next Page Foundation, een organisatie die in samenwerking met de Gemeente Sofia een schrijvershuis beheert. Gedurende dit verblijf werd ik geïnterviewd door Olja Stojanova, dichteres en hoofdredacteur van de nationale radiocultuurzender 'Christo Botev' . Dit interview verscheen in november 2023 in het maandblad Koeltoera

| Zie Olja Stojanova,  "Jan Paul Chinrichs. Za Sofija kato literaturen grad", Kultura, nr. 9 (3002), november 2023, pp. 34-36. = Оля Стоянова, "Ян Паул Хинрихс. За София като литературен град", Култура, бр. 9 (3002), ноември 2023, стр. 34-36.  [https://kultura.bg/issue/kultura-20231216114851.pdf]. 



donderdag 7 december 2023

Schoon & haaks [afl. 47]

SCHOON & HAAKS [AFL. 47]

In De Parelduiker staat vanaf nummer 2 van de jaargang 2014 de rubriek ‘Schoon & haaks’ waarin ik publicaties van privédrukkers en marginale uitgevers bespreek. In de zevenveertigste aflevering (2023, nr. 5) staan recensies van de volgende boeken:


·        Bob Polak, Bij het dagboek van Max de Jong. Leiden: Fragment, 2023.

·        F.C. Terborgh, Wat ik geloof. ’s-Gravenhage: Statenhofpers, 2023.  

·        Sergej Jesenin, Rauwdouwgedichten. Vert. Arie van der Ent. Rotterdam: Woord in blik, 2023.

·        Martine Cuyt, Ware vrienden. Frans Claessens en Willem Elsschot. Antwerpen: Willem Elsschot Genootschap, 2022.

·        J.J. Voskuil, Een stille, mensenschuwe jongen. Haarlem: Korenmaat, 2023.

 

| Zie verder: Jan Paul Hinrichs, ‘Schoon & haaks’, De Parelduiker 28 (2023), nr. 5, pp. 75-80.

maandag 16 oktober 2023

Vermoorde dichters almanak (Recensie)

OEKRAÏENSE POËZIE VERTAALD

Achteraf lijken de arrestatie van oppositieleider Aleksej Navalny in begin 2021 en het vernietigen van de laatste vrije media in Rusland te passen in een lange planmatige voorbereiding van het Kremlin op een oorlog. Deze kon alleen worden gevoerd als de staatspropaganda ongestoord kon liegen. Poetin verkocht de inval in Oekraïne die hij op 24 februari 2022 ontketende aanvankelijk als antwoord op een vermeende navo-dreiging. Even fictieve verhalen over biologische wapenlaboratoria, genocide van de Russische Donbass-bevolking en een naziregime in Kyiv kwamen daar bovenop. De ware reden lag in Poetins paranoïde obsessie met Oekraïne: het bestaan van een zelfstandige Oekraïense natie erkent hij niet. Het doel van de Russische operatie was simpel: vernietiging van alles wat Oekraïens is en het hele land inpikken. Bibliotheken, scholen, monumenten, kerken en musea waren nadrukkelijk doelwit. Dat staat in een lange traditie. Onder Stalin speelde in de jaren 1932-1933 de holodomor, de genocide door uithongering van de Oekraïense bevolking. Enkele jaren later werd een groot deel van de Oekraïense intellectuelen doodgeschoten, onder wie veel schrijvers. In het Westen vormde deze literatuur vrijwel alleen een onderwerp voor Oekraïense emigranten aan universiteiten in de Verenigde Staten en Canada. In Nederland was Oekraïens op geen enkele universiteit een vak. Vertalers waren er lange tijd dan ook niet. Eigenlijk leek Oekraïne niet helemaal serieus vergeleken bij ‘grote broer’ Rusland: een fatale narratief die Poetin ook gebruikt.

            Arie van der Ent (1956), woonachtig in Oekraïne, heeft zijn langdurige carrière als vertaler van Russische literatuur op een laag pitje gezet en stort zich nu op de tot voor kort ook voor hem onbekende Oekraïense literatuur. De Vermoorde dichters almanak bevat vertalingen uit het werk van ruim twintig Oekraïense dichters uit de periode 1919-1944. Slachtoffers van de Witten tijdens de Russische burgeroorlog en van de Nazi’s ontbreken niet, maar de meeste dichters stierven in 1937, het hoogtepunt van Stalins terreur die een levendig Oekraïens literair leven smoorde. De bekendste dichter is Mychajl Semenko (1892-1937): ‘Op 26.04.1936 gearresteerd (“actieve contrarevolutionaire activiteit”). Hij was gebroken en bekende alles. Een dag voor executie ter dood veroordeeld, met beslaglegging op al zijn eigendommen. Pas vanaf 1985 wordt hij heruitgegeven. Icoon van de Doodgeschoten Renaissance.’ De Oekraïense hoofdstad is onderwerp van het mooie liefdesgedicht ‘Kyiv op een lenteavond’ (1928) van Mykola Zerov (1890-1937) dat na de recente Russische bombardementen nog altijd actueel klinkt: ‘Al was je in de greep van veel vandalen/ en heersten architecten zonder smaak,/ loopt overal het spoor van brand en braak –/ je ligt er vrolijk bij en zelfs te stralen.’

            De bloemlezing maakt duidelijk welke enorme impact Stalins terreur op de Oekraïense literatuur had. Het boek is, als zoveel bloemlezingen, te weinig omvangrijk om individuele dichters dusdanig te introduceren dat de lezer werkelijk een beeld van ze krijgt. Daarom is het goed dat Van der Ent in Cypressen branden, deel 2 in de Oekraïense Bibliotheek van uitgeverij Woord in Blik van Joop Steenkamer, een ruime keuze publiceert uit de poëzie van Lina Kostenko (1930), de nationale dichteres van Oekraïne. Zij biedt allereerst een loyale stem met moreel gewicht: tijdens de Sovjettijd werd haar werk lange tijd niet uitgegeven vanwege een weinig partijvriendelijke houding. Kostenko’s gedichten doen aanvankelijk wat ouderwets aan: bespiegelingen rond begrippen als ziel, tijd, leven en vrijheid. Ze moedigt de lezer nadrukkelijk aan om dingen te accepteren en optimistisch te blijven, woorden die momenteel nodig zullen zijn: ‘Je kunt de dingen maar het best verwerken,/ want elke finish is een nieuwe start./ Het leven moet. Je moet gewoon maar leven./ Gebruik je ervaring en zet door, volhard./ Je moet jezelf geen loze voorpret geven,/ bespaar je die, en achteraf je smart.’ In vertaling komt Kostenko beter uit de verf als ze iets minder duidelijk en dubbelzinniger opereert. Dat levert ook mooie liefdesgedichten op. Een fraai gedicht heeft Kostenko over Tsjernobyl waar de natuur de woonomgeving overwoekert: ‘Maar kleine boompjes groeien voor de deuren./ Men woonde boven Pripjat – nu niet meer./ Waar gifzwammen het bos nog roder kleuren,/ daar waart de Dood – die ene plukmeneer.’ De titel Cipressen branden verwijst naar een schilderij van Van Gogh: een obligaat thema onder dichters uit de voormalige Sovjet-Unie. Samen met de Vermoorde dichters almanak levert Kostenko’s bundel een tweeluik op dat een actueel en overtuigend antwoord op Poetins agressie vormt: Oekraïense poëzie bestaat! Juist de aangenaam praktische houding van Kostenko zal men zelden bij een Russisch dichter aantreffen.

 

Arie van der Ent (vert.), Vermoorde dichters almanak. Onvrijwillig gestorven 1919-1944. 2022. 143 p. € 21,99 | Lina Kostenko, Cipressen branden. Zestig gedichten (vert. Arie van der Ent). 2022. 79 p. € 15,99 (uitgaven van Woord in Blik, Rotterdam info@woordinblik.nl

| Eerder verschenen in de rubriek 'Schoon & haaks', De Parelduiker 27 (2022), nr. 4, pp. 70-72.

vrijdag 13 oktober 2023

Schoon & haaks [afl. 46]

 SCHOON & HAAKS [AFL. 46]

In De Parelduiker staat vanaf nummer 2 van de jaargang 2014 de rubriek ‘Schoon & haaks’ waarin ik publicaties van privédrukkers en marginale uitgevers bespreek. In de zesenveertigste aflevering (2023, nr. 4) staan recensies van de volgende boeken:

 

·        Ronald Spoor & Herman Verhaar (red.), De onzekeren. E. du Perrons ‘onvoltooide’ in 95 ontwerpen. Amsterdam: Amsterdam University Press, 2023.

·        Boudewijn van Houten, Hitler en ik. Nijmegen: Flanor, 2023.

·        Louis Ferron, De laatste stelling. Verspreide teksten. Nijmegen: Flanor, 2023.

·        Joost Veerkamp, Tekenleed. Haarlem: De Korenmaat, 2023.

·        Rondom Sonja Prins. Amsterdam: GO, 2023.

 

| Zie verder: Jan Paul Hinrichs, ‘Schoon & haaks’, De Parelduiker 28 (2023), nr. 4, pp. 71-76.

dinsdag 25 juli 2023

Schoon & haaks [afl. 45]

 SCHOON & HAAKS [AFL. 45]

 In De Parelduiker staat vanaf nummer 2 van de jaargang 2014 de rubriek ‘Schoon & haaks’ waarin ik publicaties van privédrukkers en marginale uitgevers bespreek. In de vijfenveertigste aflevering (2023, nr. 3) staan recensies van de volgende boeken:

 

·        [Jan Engelman], Een Dom en de stad rondom. Acht wandelingen door historisch Utrecht. Utrecht: Salon Saffier, 2023.

·        Clare Lennart, Dwalen door een paradijs. Een keuze uit niet eerder gebundelde columns ‘Van Tijd tot Tijd’ in het Utrechts Nieuwsblad. Utrecht: Salon Saffier, 2022.

·        J.M.A. Biesheuvel, Twee brieven aan Karel van het Reve. Woubrugge: Avalon Pers, 2023.

·        Philip Larkin, Seven poems. Zeven gedichten. Vert. Peter Verstegen. Woubrugge: Avalon Pers, 2022.

·        Requiem voor een boerderij. Zes Letse gedichten. Vert. Jan Paul Hinrichs. Woubrugge: Avalon Pers, 2023.

·        Jeff Schmitz, Luxemburg und die Niederlande. Geschichte(n) luxemburgisch-niederländischer Begegnungen im Spiegel einer literatur- und kulturhistorischen Spurensuche. Mersch: Centre national de littérature, 2022.

·        Jorge Luis Borges, Everness. Sonnetten. Vert. Paul Claes. Amsterdam: HetMoet, 2022.

·        Oscar Wilde & Lord Alfred Douglas, Two loves. Twee liefdes. Gedichten en brieven. Vert. Maarten Asscher & Gerlof Janzen. Amsterdam: HetMoet, 2023.

| Zie verder: Jan Paul Hinrichs, ‘Schoon & haaks’, De Parelduiker 28 (2023), nr. 3, pp. 71-76.

 

zondag 23 juli 2023

Aad van Maanen: Een wandeling langs Leidse boekhandels (Recensie)

WANDELING LANGS LEIDSE BOEKHANDELS

Het lijkt een gewoonte uit voorbije tijden: boekhandelaren die hun etiket in een band plakken. Het was een vorm van reclame en bij fanatieke handelaren misschien ook van heimelijke bezitsdrang: een afgestaan boek bleef zo toch nog een beetje van de verkoper. Boekhandelsetiketten zijn ook bronnen van kennis: van adressen en, via de verschijningsjaren van de boeken waarin ze zijn geplakt, de tijd waarin boekhandels bestonden. Aad van Maanen, sinds 1981 eigenaar van antiquariaat Klikspaan aan de Hooglandse Kerkgracht in Leiden, is al vroeg begonnen etiketten te verzamelen, dat wil zeggen ze boven de fluitketel uit de boeken te stomen. Zijn unieke verzameling omvat momenteel ruim 22.000 etiketten van boekwinkels uit de hele wereld (zie www.boekhandelsetiketjes.blogspot.com). Leiden en omgeving vormen de basis: ‘In de jaren negentig heb ik samen met mijn vrouw álle adressen van boekhandels (ook voormalige) in Zuid-Holland bezocht om  mijn verzameling met recente exemplaren uit te breiden. Het was fascinerend om te zien op welke plekken in een ver verleden boekhandels gevestigd waren. […] Ook op fietsvakanties werd bij iedere boekhandel afgestapt.’ Aldus Van Maanen in Een wandeling langs Leidse boekhandels, een uitgave van antiquariaat Klikspaan, al jaren bekend door bibliofiele nieuwjaarsuitgaven. Per boekhandel zijn in alfabetische volgorde etiketten afgedrukt, tezamen met wat informatie over geschiedenis en eigenaars.

Uitgangspunt is Van Maanens verzameling: alleen boekhandels zijn opgenomen waarvan een etiket aanwezig is. Grote boekhandels als De Slegte, Mayflower en Van Stockum (inmiddels gesloten in Leiden) ontbreken zo even goed als een kleintje uit het verre verleden als de linkse boekhandel Oktober van levende stadslegende Ben Walenkamp (zie 2019/1). Daar staat veel tegenover. Het boek brengt herinneringen naar boven naar winkels uit het verleden waarvan de lezer de naam of het bestaan al weer was vergeten. Zo herrijzen de linkse boekhandels Manifest, Ruward en Van Caspel. Ik weet niet meer over wie van de drie ooit iets werd gefluisterd over sympathieën met de Baader-Meinhof-groep. Ook Atleest, nog bestaand en gespecialiseerd in oude culturen, blijkt vroeger een links bolwerk te zijn geweest. Van Maanen registreert het voormalige antiquariaat van Brill aan de Nieuwe Rijn, te deftig en geleerd om zo maar op een doordeweekse dag binnen te stappen maar een fenomeen door de maandelijkse grabbelmarkt op zaterdagochtend (zie 2021/2), waarop de meest morsige en fanatieke boekengekken afkwamen en onder klanken van Mozart en Bach handgemeen inderdaad op de loer lag. En wat leuk Lodewijk van Paddenburgh tegen te komen, nog altijd residerend in zijn romantische fotoboekenantiquariaat in de Diefsteeg, waar de passant met de blik op een rommelig keukentje voor de etalage draalt, niet wetend een boekhandel, ex-boekhandel of huiskamer binnen te lopen. Van Maanen, in zijn nuchtere stijl, hangt aan hem een geruststellende bekentenis op: ‘Van Paddenburgh gaat, naar eigen zeggen, tot zijn dood door met de handel. Daarmee voel ik sterke verwantschap.’ Bijzondere aandacht heeft Van Maanen voor de interessantste Leidse boekhandel ooit, Ginsberg, waar hij zelf in de jaren zeventig werkte. De zaak was opgericht door Holocaust-slachtoffer Jacob Ginsberg (1886-1943) en voortgezet door diens zoon Jaap (1925-1993). Het is niet vermeld in dit boek, maar een stolperstein voor Ginsberg is in de maak voor de stoep voor zijn voormalige boekhandel op het Kort Rapenburg.

Van kaft tot kaft is dit een verrukkelijk boek vol verzamelplezier en informatie, ook voor boekenliefhebbers die over Leidse boekhandels niets weten. Het verbergt ook een aardigheid: Van Maanen plakte onder het colofon in elke uitgave twee originele etiketten uit zijn verzameling die dus 200 stuks armer is geworden. Zo kreeg ik er een van Van Velzen, de fameuze boekbinder op het Rapenburg: ook voor Leidse binders en leesbibliotheken maakt Van Maanen ruimte. Zo zal elk exemplaar weer anders zijn en ook verschillen van de eerste druk van dit boek die in een oplage van 50 exemplaren eerder dit jaar bij De Carbolineum Pers verscheen.

Aad van Maanen, Een wandeling langs Leidse boekhandels. Leiden: Antiquariaat Klikspaan, 2022. 2de druk. 216 pp. 100 ex. € 35 (maanen@antiqklikspaan.demon.nl)

| Eerder verschenen in de rubriek 'Schoon & haaks', De Parelduiker 27 (2022), nr. 3, pp. 71-72.

Jack van der Weide (red.): Dossier Tristan (Recensie)

TRISTAN OP DE KRAKERSRADIO

Het is bekend bij oude rockers en popmusici: decennia later nog eens de bühne op met de band. Dit voorjaar zagen we het in Den Haag met Supersister. Een boek over een oud literair tijdschrift komt ook voor, maar zelden gemaakt door de redactie van weleer. Het gevaar bestaat dat dan met terugwerkende kracht een mythe wordt gecreëerd waarvan indertijd niemand op de hoogte was, misschien ook de redactieleden niet. In ieder geval had ik nooit van een tijdschrift Tristan gehoord waarvan in de jaren 1987-1988 vier nummers verschenen in Nijmegen. Vijfendertig jaar later verschijnt Dossier Tristan, een collage oude en nieuwe teksten over, uit en rondom het tijdschrift, aldus een aanbevelingstekst, die ‘korte maar hevige opflakkering van literair talent gekoppeld aan jeugdige overmoed. De drie redacteuren van Tristan – Chrétien Breukers, Rob van Erkelens en Jack van der Weide – staken de koppen weer bij elkaar, stoften oude mappen af, riepen voormalige strijdmakkers te hulp en maakten een boek dat bij velen de rillingen over de rug en de tranen over de wangen zal doen lopen.’ Zover gaat het bij mij niet, maar dit is een intrigerend en origineel boek. Net als het tijdschrift van weleer is het een eigen beheer uitgave, alleen veel dikker dan alle nummers samen. Het begint met een foto van de redacteuren, met ijdele verliteratuurde kapsels, die lijken op novicen uit de Stefan George-clan. Het eerste nummer doet aan plaatsbepaling: ‘Zijn wij post-modern? Misschien. Zijn wij post-punk? Opnieuw: misschien. Zijn wij neo-decadenten, neo-romantici of nouveau-realisten? Het valt nauwelijks te noemen, dat is ook niet nodig.’

Het hilarische hoogtepunt van het boek is de geheel uitgeschreven tekst, inclusief versprekingen, aarzelingen en interrupties, van een radio-interview met de redactie uit 1987. De uitzending was op Radio Rataplan, een zender in krakersbolwerk De Pontanus in Nijmegen. Zulke radio is natuurlijk spoorloos verdwenen, maar jaargenoot Nederlands en antiquaar van nu Fokas Holthuis nam de uitzending op de cassetterecorder op én bewaarde het bandje. De ster is interviewer Berend Immink, nog altijd eigenaar van het Nijmeegse antiquariaat Verzameld Werk, die door zijn begripsvolle en aandachtige houding (wel vaak met ‘Mm’) wat mij betreft een voor ‘discourse analysis’ rijpe klassieker heeft gegenereerd over een jonge, ambitieuze en onzekere studentenredactie. Hij vraagt naar de Wagneriaanse tijdschrifttitel: ‘Maar het is in ieder geval ook… barstensvol pathos hè?’ CB: ‘Ja, precies.’  BI: ‘Wagner.’ RE: ‘Dus ja, je kan niet ontkennen dat wij enige pathetiek mee…’ JW: ‘Wij schuwen de pathos niet.’ CB: ‘Wij zijn nog jong…’ RE: ‘Ja, we kunnen altijd oud worden en dan wordt het vanzelf minder, niet waar, dan wordt het allengs soberder…’ BI: ‘De ziekte die mildheid heet – of niet? [allen lachen en praten]. Even een muziekje draaien?’ Vervolgens schalt een fragment uit Wagners opera Tristan und Isolde over de krakersradio.

Jack van der Weide (red.), Dossier Tristan. Nijmegen 2022. 344 pp € 29,95 (jackvanderweide@gmail.com)

| Eerder verschenen in de rubriek 'Schoon & haaks', De Parelduiker 27 (2022), nr. 3, pp. 72-74.

zondag 28 mei 2023

Georgi Gospodinov en Johannes Vermeer

GEORGI GOSPODINOV EN JOHANNES VERMEER

De Bulgaarse auteur Georgi Gospodinov (1968), die onlangs de International Booker Prize (2023) won voor zijn roman Schuilplaats voor andere tijden, is niet minder dichter dan prozaïst. In Den Haag is hij eens geweest. Wellicht gaf een bezoek aan het Mauritshuis de inspiratie voor zijn gedicht over het schilderij 'Het meisje met de parel' van Johannes Vermeer:


VERMEER


Het meisje met de pullover en jeans

zit op een stap van het Meisje

met de parel

hun gezichten

zijn hetzelfde

 

omdat de tijd

alleen een kledingstuk is

een oorring

 

De suppoost in de zaal

lijkt op Vermeer


| Vertaling niet eerder gepubliceerd. Vert. uit het Bulgaars: Jan Paul Hinrichs


vrijdag 19 mei 2023

Schoon & haaks [afl. 44]

SCHOON & HAAKS [AFL. 44]

 In De Parelduiker staat vanaf nummer 2 van de jaargang 2014 de rubriek ‘Schoon & haaks’ waarin ik publicaties van privédrukkers en marginale uitgevers bespreek. In de vierenveertigste aflevering (2023, nr. 2) staan recensies van de volgende boeken:


·        Maurice Gilliams, Ontwarringen. ’s-Gravenhage: Statenhofpers, 2022.

·        Arnon Grunberg, Dwars door Oekraïne. Haarlem: Korenmaat, 2023.

·        F. Springer, Honeckers hazenjacht. Een codebericht. Woubrugge: Avalon Pers, 2022.

·        Koen Rymenants, Westerlinck en Elsschot. Kroniek van een verwantschap. Antwerpen: Willem Elsschot Genootschap, 2022.

 

| Zie verder: Jan Paul Hinrichs, ‘Schoon & haaks’, De Parelduiker 28 (2023), nr. 2, pp. 69-74.

zaterdag 13 mei 2023

Het Poolse dagboek van Sanne Bruinier (artikel verschenen)

HET POOLSE DAGBOEK VAN SANNE BRUINIER (ARTIKEL VERSCHENEN)

Zojuist verscheen, als vervolg op een eerder artikel in De Parelduiker (zie het bericht van 4 maart 2023), in het nieuwe blad Elders literair een stuk over het Poolse dagboek van Sanne Bruinier.

| Zie verder: Jan Paul Hinrichs, ‘“Vreemder dan ooit de zwarte populieren". Het Poolse dagboek van Sanne Bruinier (1875-1951)’, Elders literair 1 (2023), nr. 1, pp. 22-27.

vrijdag 12 mei 2023

Het graf van J. van Oudshoorn in Den Haag: zeven foto's op vrijdag 12 mei 2023

HET GRAF VAN J. VAN OUDSHOORN IN DEN HAAG: ZEVEN FOTO'S OP VRIJDAG 12 MEI 2023

In vervolg op de foto's van de Haagse adressen van J. van Oudshoorn hierbij enige foto's van zijn graf op de Algemene Begraafplaats in Den Haag (A1/V36/20), alle gemaakt op vrijdag 12 mei 2023. Het opschrift op de linkerpagina van het opengeslagen boek op het monument is nauwelijks nog leesbaar. Leesbaar is wel dat onder de naam J.K. Feijlbrief het pseudoniem in de steen is gegrafeerd. Een foto van de steen uit 1982 die Wam de Moor in deel 2 van zijn Van Oudshoorn-bibliografie publiceert (links van p. 683), laat zien dat ruim veertig jaar geleden het opschrift al moeilijk leesbaar was. Vermoedelijk stond er toen (en staat er nu nog altijd): 'J.K. Feijlbrief / pseudoniem / J. van Oudshoorn / Nederlands letterkundige / Ridder in de Orde / van Oranje-Nassau / [onleesbaar = geboortedatum? sterfdatum?]'. Op de rechterpagina moet dan staan: 'M.E.G. Feijlbrief / Teichner / [onleesbaar = geboortedatum? sterfdatum?]'.

V0lgens Van Oudshoorn-biograaf Wam de Moor (II, p. 729) luidde de tekst op de linkerpagina oorspronkelijk: 'J.K. Feijlbrief / pseudoniem / J. van Oudshoorn / Ridder in de Orde / van Oranje Nassau'. Geboorte- en sterfdatum stonden oorspronkelijk op de rechterpagina. De naam van echtgenote Marie Feijlbrief-Teichner, die in 1969 in het graf is bijgezet, is  later in de rechterpagina gegrafeerd. Toen is blijkbaar ook de tekst op de linkerpagina aangepast. 

Het graf van J. van Oudshoorn, Algemene Begraafplaats,
Den Haag, 12 mei 2023
Foto © Jan Paul Hinrichs

Het graf van J. van Oudshoorn, Algemene Begraafplaats,
Den Haag, 12 mei 2023
Foto © Jan Paul Hinrichs



Het graf van J. van Oudshoorn, Algemene Begraafplaats,
Den Haag, 12 mei 2023. 
Opengeslagen boek en katheder naar een ontwerp van
beeldhouwster M.A. Wolthers-de Blaauw.
Foto © Jan Paul Hinrichs

Het graf van J. van Oudshoorn, Algemene Begraafplaats,
Den Haag, 12 mei 2023
Foto © Jan Paul Hinrichs

Het graf van J. van Oudshoorn, Algemene Begraafplaats,
Den Haag, 12 mei 2023.
Ovaal met kronkelige draden en de woorden 'doolhof
der zinnen' naar een ontwerp van beeldhouwster
M.A. Wolthers-de Blaauw.
Foto © Jan Paul Hinrichs


Het graf van J. van Oudshoorn, Algemene Begraafplaats,
Den Haag, 12 mei 2023
Foto © Jan Paul Hinrichs


Het graf van J. van Oudshoorn, Algemene Begraafplaats,
Den Haag, 12 mei 2023
Foto © Jan Paul Hinrichs

vrijdag 14 april 2023

Requiem voor een boerderij: Zes Letse gedichten (vertaling verschenen)

REQUIEM VOOR EEN BOERDERIJ: ZES LETSE GEDICHTEN

Zojuist verscheen bij de Avalon Pers Requiem voor een boederij, een vertaling van zes Letse gedichten.

| Zie verder: Requiem voor een boederij. Zes Letse gedichten. Vertaald [uit het Lets en van een aantekening voorzien] door Jan Paul Hinrichs. Woubrugge: Avalon Pers, 2023. Oplage: 60 exemplaren.


zaterdag 4 maart 2023

Het dagboek van Sanne Bruinier (artikel verschenen)

HET DAGBOEK VAN SANNE BRUINIER (ARTIKEL VERSCHENEN)

In De Parelduiker verscheen een artikel over het dagboek van kunstenares Sanne Bruinier (1875-1951) waarover voor zover bekend niet eerder iets werd bericht. Bij dit artikel zijn drie portretten van Sanne Bruinier door Bertha van Hasselt (1878-1932) afgedrukt: twee litho's en een schilderij op doek. 

| Zie verder: Jan Paul Hinrichs, ‘“Vreemd is alles gelopen in die jaren…” Sanne Bruinier: een onbekend dagboek uit Parijs, Florence, Warschau en Dornach’, De Parelduiker 28 (2023), nr. 1, pp. 33-42.

Zie elders op dit blog voor een recenter artikel over het Poolse dagboek van Sanne Bruinier.

Schoon & haaks [afl. 43]

SCHOON & HAAKS [AFL. 43]

In De Parelduiker staat vanaf nummer 2 van de jaargang 2014 de rubriek ‘Schoon & haaks’ waarin ik publicaties van privédrukkers en marginale uitgevers bespreek. In de drieënveertigste aflevering (2023, nr. 1) staan recensies van de volgende boeken:

 

·        Max de Jong, Verzamelde gedichten. ’s-Gravenhage: Statenhofpers, 2022.

·        Bob Polak, Bij het gedicht Heet van de naald van Max de Jong. Leiden: Fragment, 2022.

·        L.H. Wiener, Over tijd en ruimte heen. Max de Jong revisited. 2022. Leiden: Fragment, 2022.

·        L.H. Wiener, Open brief aan P.F. Thomèse [Wel en wee door de jaren heen]. 2022. Leiden: Fragment, 2022.

·        Amœne van Haersolte, Het ganzenbord. Utrecht: Salon Saffier, 2022.

·        Aleksandr Poesjkin, Jevgeni Onegin. Roman in verzen. Vert. Arie van der Ent. Antwerpen: Benerus, 2022.      

| Zie verder: Jan Paul Hinrichs, ‘Schoon & haaks’, De Parelduiker 28 (2023), nr. 1, pp. 70-75.

maandag 27 februari 2023

De Haagse adressen van J. van Oudshoorn: 21 foto's op maandag 27 februari 2023

DE HAAGSE ADRESSEN VAN J. VAN  OUDSHOORN: 21 FOTO'S OP MAANDAG 27 FEBRUARI 2023

Geboortehuis Herenstraat 13



Geboortehuis J. van Oudshoorn in 1876, Herenstraat 13,
Den Haag. Bovenhuis met erker.
Copyright © Jan Paul Hinrichs

Geboortehuis J. van Oudshoorn, Herenstraat 13,
Den Haag
Copyright © Jan Paul Hinrichs




Geboortehuis J. van Oudshoorn, Herenstraat 13,
Den Haag
Copyright © Jan Paul Hinrichs

Hoefkade 428



Woonadres J. van Oudshoorn, Hoefkade 428,
Den Haag, nieuwbouw op plaats van
oorspronkelijk adres.
Copyright © Jan Paul Hinrichs


Koningstraat 315



Woonadres J. van Oudshoorn (vanaf 1892), Koningstraat 315,
Den Haag, nieuwbouw op plaats van oorspronkelijk adres.
Copyright © Jan Paul Hinrichs
\
Woonadres J. van Oudshoorn (vanaf 1892), Koningstraat 315,
Den Haag, nieuwbouw op plaats van oorspronkelijk adres.
Copyright © Jan Paul Hinrichs

De Perponcherstraat 53



Woonhuis van familie Helge, Perponcherstraat 53,
benedenhuis. Hier logeerde J. van Oudshoorn als verlofganger 
uit Berlijn na 1905.
© Jan Paul Hinrichs


Van der Heimstraat 7


Woonadres van J. van Oudshoorn, Van der Heimstraat 7,
benedenhuis, Den Haag. Na terugkeer uit Berlijn in 1933
© Jan Paul Hinrichs

Bosschestraat 142

Woonadres van J. van Oudshoorn, Bosschestraat 142, 
Den Haag. In de jaren 1938-1942.
© Jan Paul Hinrichs

Woonadres van J. van Oudshoorn, Bosschestraat 142, 
Den Haag. Let op Boeddhabeeld.
© Jan Paul Hinrichs

Woonadres van J. van Oudshoorn, Bosschestraat 142, 
Den Haag. Met kerstkrans aan de deur
in de maand februari.
© Jan Paul Hinrichs


Woonadres van J. van Oudshoorn, Bosschestraat 142, 
tweede verdieping, Den Haag.
© Jan Paul Hinrichs

Van Imhoffplein 17



Woonhuis J. van Oudshoorn, Van Imhoffplein 17,
Den Haag, tweede verdieping. Jaren 1943-1951.
Tevens sterfhuis.
© Jan Paul Hinrichs




Woonhuis J. van Oudshoorn, Van Imhoffplein 17,
Den Haag, tweede verdieping
© Jan Paul Hinrichs

Woonhuis J. van Oudshoorn, Van Imhoffplein 17,
Den Haag, tweede verdieping
© Jan Paul Hinrichs




Woonhuis J. van Oudshoorn, Van Imhoffplein 17,
Den Haag, tweede verdieping. Portiektrap.
© Jan Paul Hinrichs

Woonhuis J. van Oudshoorn, Van Imhoffplein 17,
Den Haag, tweede verdieping
© Jan Paul Hinrichs



Woonhuis J. van Oudshoorn, Van Imhoffplein 17,
Den Haag, tweede verdieping
© Jan Paul Hinrichs


Woonhuis J. van Oudshoorn, Van Imhoffplein 17,
Den Haag, tweede verdieping
© Jan Paul Hinrichs

Woonhuis J. van Oudshoorn, Van Imhoffplein 17,
Den Haag, tweede verdieping. Portiektrap
naar eerste verdieping.
© Jan Paul Hinrichs



Woonhuis J. van Oudshoorn, Van Imhoffplein 17,
Den Haag, tweede verdieping.
© Jan Paul Hinrichs