zaterdag 2 november 2019

Xavier Tricot: James Joyce in Ostend (Recensie)


JAMES JOYCE IN OOSTENDE

Xavier Tricot (1955) is auteur van James Ensor: leven en werk (Mercatorfonds, 2009), tevens de oeuvrecatalogus van de Oostender schilder. In James Joyce in Ostend bijt hij zich vast in een minder bekende episode uit de rijke literaire geschiedenis van zijn woonplaats Oostende: het vakantieverblijf van James Joyce en zijn gezin gedurende augustus en september 1926. Het lijkt een boekje voor Joyce-liefhebbers of Oostende-fanaten: veel van de talloze feitjes veronderstellen een zekere kennis van de context. Niettemin houdt Tricot door zijn weldadige precisie de aandacht van de buitenstaander behendig vast. Voor Nederlanders biedt het Engelstalige boekje aardige momenten: Joyce heeft naar eigen zeggen in Oostende drieënveertig lessen Nederlands gekregen, maar niet is bekend bij wie. In de schaduw van Joyce komen ook obscure personen tot leven, zoals een oude Dublinse vriend die in Oostende als drogist werkt. Ook ontmoet Joyce de Nederlands tandarts Juda de Vries (alias Jules Martin) die hem in 1917 in Zürich had aangespoord een filmscenario te maken onder de titel Wine, Women, and Songs. Dat scenario kwam er niet en De Vries belandde wegens zwendel in de gevangenis. Joyce hielp hem daaruit en ontving een dankbrief van zijn vader, een Amsterdamse gynaecoloog, die zijn zoon ‘het zwarte schaap van de familie’ noemde. Enkele in steenkool Engels geschreven brieven van Juda aan Joyce staan in een bijlage, net als zeventien foto’s van de Joyce-familie in Oostende. Wel blijft de vraag of avonturier Juda, die ook eens handelde in synthetische parels en bouillon, wel een gediplomeerd tandarts was, al trok hij driftig tanden bij vakantiegangers in Oostende. Hier lijkt een vervolg in te zitten.

Xavier Tricot, James Joyce in Ostend. Koekelare: Devriendt, 2018. 75 p. € 15 (xavier.tricot@skynet.be).

| Eerder verschenen in de rubriek 'Schoon & haaks'  in De Parelduiker 23 (2018), nr. 5, pp. 74-75.