dinsdag 17 februari 2026

Anton van Duinkerken: Brabantse herinneringen (Recensie)

ANTON VAN DUINKERKEN: TERUG NAAR BRABANT

Nijmeegs hoogleraar Nederlands Willem Asselbergs (1903-1968), schrijvend onder het pseudoniem Anton van Duinkerken, leek al een halve eeuw geleden, toen ik op school zat, een gedateerde en te roomse figuur. Sindsdien werden zijn romans, gedichten en kritieken ook praktisch niet meer gedrukt, al publiceerde Michel van der Plas (2000) een biografie en was zijn rol in onze literatuurgeschiedenis, zoals zijn polemiek met Ter Baak en werk voor dagblad De Tijd, onderwerp van studies. Het is verrassend dat Boom, een grotere uitgeverij, zich bij afwezigheid van andere verkrijgbare werken van Van Duinkerken waagt aan heruitgave van Brabantse herinneringen (1964). Bernard Asselbergs (1945) voorzag dit uitgesproken persoonlijke boek van talrijke toepasselijke foto’s en documenten.

Van Duinkerken publiceerde zijn memoires in de jaren 1955-1964 in drieëntwintig episodes in Roeping, het katholieke tijdschrift waarin hij in 1923 als dichter debuteerde. Hij neemt ons mee naar het Brabantse parochieleven van zijn jeugd, naar Bergen op Zoom, waar de helft van de straat bewoond werd door familieleden: ‘Het parochieleven van voor de Eerste Wereldoorlog zal nooit terugkomen. Eigenlijk bestaan er tegenwoordig nauwelijks nog parochies, omdat er bijna geen mensen in hun geboortehuis blijven wonen met levenslang dezelfde buren en kennissen.’ De jonge Willem Asselbergs gaat school op Instituut Huize Ruwenberg in Sint-Michielsgestel, een internaat van fraters vol associaties met Van Deijssels Rolduc in De kleine republiek (zie 2024/4): ‘Goed Frans leren bleef voor de ouders het hoofddoel.’ We maken de komst van massa’s Belgische vluchtelingen mee in 1914 en Willems overgang naar het Kleinseminarie Ypelaer in Ginneken. Vervolgens reist hij vanuit een verlangen om missionaris te worden af naar de Congregatie van het Onbevlekte Hart van Maria in Scheut nabij Brussel. Het kloosterleven blijkt niet wat hij zoekt: ‘Geen Afrika of China lokte mij, doch een volslagen staatverandering van mijn innerlijk wezen.’ Willem keert terug in Brabant voor de priesteropleiding in het grootseminarie Bovendonk in Hoeven. Het was het tijdperk der priester-dichters, met namen als Anton van Delft, Anton Huijbers en Willem Smulders en werk dat ‘dreef naar de vergetelheid’. Van Duinkerken wordt publiceren en schrijven op het seminarie verboden. Uiteindelijk geeft hij zijn priesterroeping op en kiest voor het schrijverschap: ‘Hoe vernederd iemand zich voelt die na vijf jaar theologische studie zijn mislukking openbaar bekennen moet, laat zich moeilijk onder woorden brengen.’ Boeken en literatuur waren voor hem alles, tot op het dwangmatige af: ‘Nog als ik iemand met een boek zie zitten in de trein, word ik onrustig tot ik achterhaald heb wat hij leest.’ De herinneringen eindigen met Van Duinkerkens vertrek in 1929 naar Amsterdam waar hij aan de slag kan als redacteur van dagblad De Tijd. Een hoogtepunt is Van Duinkerkens portret van de filoloog Dr. Hendrik Moller (1869-1940) die hem liet debuteren in Roeping. Vol mededogen brengt Van Duinkerken een enigszins tragische, ongeduldige figuur aan wie hij veel te danken had, maar ons niets meer zegt, weer tot leven: ‘De geschiedenis van zijn initiatieven voert ons telkens naar een punt waar zij hem niet meer nodig hadden om zich te ontwikkelen’.

Brabantse herinneringen leest onvermoed als een hoogtepunt in onze autobiografische literatuur, herinnerend aan Frans Erens’ Vervlogen jaren, een boek dat Van Duinkerken nog eens van een voorwoord voorzag. Limburger Erens dicteerde zijn herinneringen aan zijn vrouw, Van Duinkerken aan zijn secretaresse. Van Duinkerken doorgrondt de rijke roomse Brabantse cultuurwereld die hem vormde en waaraan hij zich onttrok. Hij excelleert, net als Erens, vooral door verbluffend knappe stijl en het vermogen tot analyse en sfeertekening. Hij spaart zichzelf niet. Van Duinkerken blijkt op grond van zijn herinneringen een onderschatte figuur van een voorbij tijdperk. Als de uitgever van een ‘vergeten klassieker’ gewaagt, is daarmee niets teveel gezegd.

Jan Paul Hinrichs

Anton van Duinkerken, Brabantse herinneringen. Amsterdam: Boom, 2024. 358 p. € 29,90 (www.boom.nl)  

| Eerder gepubliceerd in De Parelduiker 30 (2025), nr. 1, pp. 85-86.