ANTON VAN DUINKERKEN: TERUG NAAR BRABANT
Nijmeegs hoogleraar Nederlands Willem
Asselbergs (1903-1968), schrijvend onder het pseudoniem Anton van Duinkerken,
leek al een halve eeuw geleden, toen ik op school zat, een gedateerde en te
roomse figuur. Sindsdien werden zijn romans, gedichten en kritieken ook praktisch
niet meer gedrukt, al publiceerde Michel van der Plas (2000) een biografie en was
zijn rol in onze literatuurgeschiedenis, zoals zijn polemiek met Ter Baak en werk
voor dagblad De Tijd, onderwerp van studies. Het is verrassend dat Boom,
een grotere uitgeverij, zich bij afwezigheid van andere verkrijgbare werken van
Van Duinkerken waagt aan heruitgave van Brabantse herinneringen (1964).
Bernard Asselbergs (1945) voorzag dit uitgesproken persoonlijke boek van
talrijke toepasselijke foto’s en documenten.
Van Duinkerken
publiceerde zijn memoires in de jaren 1955-1964 in drieëntwintig episodes in Roeping,
het katholieke tijdschrift waarin hij in 1923 als dichter debuteerde. Hij neemt
ons mee naar het Brabantse parochieleven van zijn jeugd, naar Bergen op Zoom,
waar de helft van de straat bewoond werd door familieleden: ‘Het parochieleven
van voor de Eerste Wereldoorlog zal nooit terugkomen. Eigenlijk bestaan er
tegenwoordig nauwelijks nog parochies, omdat er bijna geen mensen in hun
geboortehuis blijven wonen met levenslang dezelfde buren en kennissen.’ De
jonge Willem Asselbergs gaat school op Instituut Huize Ruwenberg in
Sint-Michielsgestel, een internaat van fraters vol associaties met Van
Deijssels Rolduc in De kleine republiek (zie 2024/4): ‘Goed Frans leren
bleef voor de ouders het hoofddoel.’ We maken de komst van massa’s Belgische
vluchtelingen mee in 1914 en Willems overgang naar het Kleinseminarie Ypelaer in
Ginneken. Vervolgens reist hij vanuit een verlangen om missionaris te worden af
naar de Congregatie van het Onbevlekte Hart van Maria in Scheut nabij Brussel. Het
kloosterleven blijkt niet wat hij zoekt: ‘Geen Afrika of China lokte mij, doch
een volslagen staatverandering van mijn innerlijk wezen.’ Willem keert terug in
Brabant voor de priesteropleiding in het grootseminarie Bovendonk in Hoeven. Het
was het tijdperk der priester-dichters, met namen als Anton van Delft, Anton
Huijbers en Willem Smulders en werk dat ‘dreef naar de vergetelheid’. Van
Duinkerken wordt publiceren en schrijven op het seminarie verboden. Uiteindelijk
geeft hij zijn priesterroeping op en kiest voor het schrijverschap: ‘Hoe
vernederd iemand zich voelt die na vijf jaar theologische studie zijn
mislukking openbaar bekennen moet, laat zich moeilijk onder woorden brengen.’ Boeken
en literatuur waren voor hem alles, tot op het dwangmatige af: ‘Nog als ik
iemand met een boek zie zitten in de trein, word ik onrustig tot ik achterhaald
heb wat hij leest.’ De herinneringen eindigen met Van Duinkerkens vertrek in 1929
naar Amsterdam waar hij aan de slag kan als redacteur van dagblad De Tijd.
Een hoogtepunt is Van Duinkerkens portret van de filoloog Dr. Hendrik Moller
(1869-1940) die hem liet debuteren in Roeping. Vol mededogen brengt Van
Duinkerken een enigszins tragische, ongeduldige figuur aan wie hij veel te
danken had, maar ons niets meer zegt, weer tot leven: ‘De geschiedenis van zijn
initiatieven voert ons telkens naar een punt waar zij hem niet meer nodig
hadden om zich te ontwikkelen’.
Brabantse herinneringen leest onvermoed als een hoogtepunt in onze autobiografische literatuur, herinnerend aan Frans Erens’ Vervlogen jaren, een boek dat Van Duinkerken nog eens van een voorwoord voorzag. Limburger Erens dicteerde zijn herinneringen aan zijn vrouw, Van Duinkerken aan zijn secretaresse. Van Duinkerken doorgrondt de rijke roomse Brabantse cultuurwereld die hem vormde en waaraan hij zich onttrok. Hij excelleert, net als Erens, vooral door verbluffend knappe stijl en het vermogen tot analyse en sfeertekening. Hij spaart zichzelf niet. Van Duinkerken blijkt op grond van zijn herinneringen een onderschatte figuur van een voorbij tijdperk. Als de uitgever van een ‘vergeten klassieker’ gewaagt, is daarmee niets teveel gezegd.
Jan Paul Hinrichs
Anton van Duinkerken, Brabantse herinneringen. Amsterdam: Boom, 2024. 358 p. € 29,90 (www.boom.nl)
| Eerder gepubliceerd in De Parelduiker 30 (2025), nr. 1, pp. 85-86.


