zondag 12 april 2026

Lezing over Julie de Graag bij presentatie van biografie De guts als metgezel

LEZING OVER JULIE DE GRAAG BIJ PRESENTATIE BIOGRAFIE DE GUTS ALS METGEZEL

Vandaag, zondag 12 april 2026, presenteerde de Statenhofpers in Kunsthandel G.J. Nieuwenhuizen Segaar, Laan van Meerdervoort 41 te Den Haag, de biografie De guts als metgezel. Julie de Graag 1877-1924.  Ter gelegenheid hiervan hield ik een lezing over Julie de Graag en het ontstaan van het boek.
Jan Paul Hinrichs in Kunsthandel
G.J. Nieuwenhuizen Segaar,
Den Haag, 12 april 2026.

Foto © Jacob Hinrichs 


*

Vl.n.r. Jaap Nieuwenhuizen Segaar, Jan Paul Hinrichs, Jaap Schipper,
Christianne Duchateau, Jan Jaap Heij en Huug Schipper,
in Kunsthandel G.J. Nieuwenhuizen Segaar, Den Haag, 12 april 2026.

Foto © Jacob Hinrichs


| Zie verder: Jan Paul Hinrichs, De guts als metgezel. Julie de Graag 1877-1924. 's-Gravenhage: Statenhofpers, 2026. 119 p. 

Verschenen in een foedraal tezamen met: Julie de Graag, De houtsneden (red. Christianne Duchateau & Jaap Schipper). 's-Gravenhage: Statenhofpers, 2026. 128 p. 

De guts als metgezel. Julie de Graag 1877-1924 (biografie verschenen)

DE GUTS ALS METGEZEL. JULIE DE GRAAG 1877-1924 (biografie verschenen)

Vandaag verscheen bij de Statenhofpers De guts als metgezel. Julie de Graag 1877-1924. Het boek, gedrukt in een oplage van 350 genummerde exemplaren, verscheen samen met een uitgave van alle houtsneden van Julie de Graag. 

| Zie verder: Jan Paul Hinrichs, De guts als metgezel. Julie de Graag. Julie de Graag 1877-1924. 's-Gravenhage: Statenhofpers, 2026. 119 p. 

Verschenen in een foedraal tezamen met: Julie de Graag, De houtsneden (red. Christianne Duchateau & Jaap Schipper). 's-Gravenhage: Statenhofpers, 2026. 128 p. 

donderdag 26 februari 2026

Schoon & haaks [afl. 57]

SCHOON & HAAKS [AFL. 57]

In De Parelduiker staat vanaf nummer 2 van de jaargang 2014 de rubriek ‘Schoon & haaks’ waarin ik publicaties van privédrukkers en marginale uitgevers bespreek. In de zevenenvijftigste aflevering (2026, nr. 1) staan recensies van de volgende boeken:

·        Arjan Peters, Ondertussen ben ik waar ik wezen wilde: nergens. Over Hans Verhagen en zijn werk. Leiden: Fragment, 2025.

·        Boudewijn van Houten Grafschrift. Notities 2024-2025. Nijmegen: Flanor, 2025.

·        Bob Polak (red.), Register op FURORE No. -5 t/m 30 (1975-2025).Amsterdam: Furore, 2025.

·        Bob Polak, Bij het adresboek van Max de Jong. + Het adresboek van Max de Jong in facsimile. Amsterdam-Bergen: Stichting Polak & Van der Kamp, 2025.

·        Lucebert, Vijf brieven aan Simon Vinkenoog, Jan-Peter Barth, Bert Schierbeek, Henk Marsman. Terhorst: Ser J.L. Prop, 2025.

·        P.M. Reinders, Brieven uit Australië en ander proza. Nijmegen: Flanor, 2025.

·        Han Steenbruggen (inl.), Om het omslag. De omslagontwerpen van Jaap Jungcurt en Karel Beunis voor de reeks Literaire Pockets van De Bezige Bij 1957-1966. Leiden: Fragment, 2025.


 | Zie verder: Jan Paul Hinrichs, ‘Schoon & haaks’, De Parelduiker 31 (2026), nr. 1, pp. 92-99.

 

dinsdag 17 februari 2026

Anton van Duinkerken: Brabantse herinneringen (Recensie)

ANTON VAN DUINKERKEN: TERUG NAAR BRABANT

Nijmeegs hoogleraar Nederlands Willem Asselbergs (1903-1968), schrijvend onder het pseudoniem Anton van Duinkerken, leek al een halve eeuw geleden, toen ik op school zat, een gedateerde en te roomse figuur. Sindsdien werden zijn romans, gedichten en kritieken ook praktisch niet meer gedrukt, al publiceerde Michel van der Plas (2000) een biografie en was zijn rol in onze literatuurgeschiedenis, zoals zijn polemiek met Ter Baak en werk voor dagblad De Tijd, onderwerp van studies. Het is verrassend dat Boom, een grotere uitgeverij, zich bij afwezigheid van andere verkrijgbare werken van Van Duinkerken waagt aan heruitgave van Brabantse herinneringen (1964). Bernard Asselbergs (1945) voorzag dit uitgesproken persoonlijke boek van talrijke toepasselijke foto’s en documenten.

Van Duinkerken publiceerde zijn memoires in de jaren 1955-1964 in drieëntwintig episodes in Roeping, het katholieke tijdschrift waarin hij in 1923 als dichter debuteerde. Hij neemt ons mee naar het Brabantse parochieleven van zijn jeugd, naar Bergen op Zoom, waar de helft van de straat bewoond werd door familieleden: ‘Het parochieleven van voor de Eerste Wereldoorlog zal nooit terugkomen. Eigenlijk bestaan er tegenwoordig nauwelijks nog parochies, omdat er bijna geen mensen in hun geboortehuis blijven wonen met levenslang dezelfde buren en kennissen.’ De jonge Willem Asselbergs gaat school op Instituut Huize Ruwenberg in Sint-Michielsgestel, een internaat van fraters vol associaties met Van Deijssels Rolduc in De kleine republiek (zie 2024/4): ‘Goed Frans leren bleef voor de ouders het hoofddoel.’ We maken de komst van massa’s Belgische vluchtelingen mee in 1914 en Willems overgang naar het Kleinseminarie Ypelaer in Ginneken. Vervolgens reist hij vanuit een verlangen om missionaris te worden af naar de Congregatie van het Onbevlekte Hart van Maria in Scheut nabij Brussel. Het kloosterleven blijkt niet wat hij zoekt: ‘Geen Afrika of China lokte mij, doch een volslagen staatverandering van mijn innerlijk wezen.’ Willem keert terug in Brabant voor de priesteropleiding in het grootseminarie Bovendonk in Hoeven. Het was het tijdperk der priester-dichters, met namen als Anton van Delft, Anton Huijbers en Willem Smulders en werk dat ‘dreef naar de vergetelheid’. Van Duinkerken wordt publiceren en schrijven op het seminarie verboden. Uiteindelijk geeft hij zijn priesterroeping op en kiest voor het schrijverschap: ‘Hoe vernederd iemand zich voelt die na vijf jaar theologische studie zijn mislukking openbaar bekennen moet, laat zich moeilijk onder woorden brengen.’ Boeken en literatuur waren voor hem alles, tot op het dwangmatige af: ‘Nog als ik iemand met een boek zie zitten in de trein, word ik onrustig tot ik achterhaald heb wat hij leest.’ De herinneringen eindigen met Van Duinkerkens vertrek in 1929 naar Amsterdam waar hij aan de slag kan als redacteur van dagblad De Tijd. Een hoogtepunt is Van Duinkerkens portret van de filoloog Dr. Hendrik Moller (1869-1940) die hem liet debuteren in Roeping. Vol mededogen brengt Van Duinkerken een enigszins tragische, ongeduldige figuur aan wie hij veel te danken had, maar ons niets meer zegt, weer tot leven: ‘De geschiedenis van zijn initiatieven voert ons telkens naar een punt waar zij hem niet meer nodig hadden om zich te ontwikkelen’.

Brabantse herinneringen leest onvermoed als een hoogtepunt in onze autobiografische literatuur, herinnerend aan Frans Erens’ Vervlogen jaren, een boek dat Van Duinkerken nog eens van een voorwoord voorzag. Limburger Erens dicteerde zijn herinneringen aan zijn vrouw, Van Duinkerken aan zijn secretaresse. Van Duinkerken doorgrondt de rijke roomse Brabantse cultuurwereld die hem vormde en waaraan hij zich onttrok. Hij excelleert, net als Erens, vooral door verbluffend knappe stijl en het vermogen tot analyse en sfeertekening. Hij spaart zichzelf niet. Van Duinkerken blijkt op grond van zijn herinneringen een onderschatte figuur van een voorbij tijdperk. Als de uitgever van een ‘vergeten klassieker’ gewaagt, is daarmee niets teveel gezegd.

Jan Paul Hinrichs

Anton van Duinkerken, Brabantse herinneringen. Amsterdam: Boom, 2024. 358 p. € 29,90 (www.boom.nl)  

| Eerder gepubliceerd in De Parelduiker 30 (2025), nr. 1, pp. 85-86.

woensdag 26 november 2025

Schoon & haaks [afl. 56]

SCHOON & HAAKS [AFL. 56]

In De Parelduiker staat vanaf nummer 2 van de jaargang 2014 de rubriek ‘Schoon & haaks’ waarin ik publicaties van privédrukkers en marginale uitgevers bespreek. In de zesenvijftigste aflevering (2025, nr. 4) staan recensies van de volgende boeken:


·        Tommy van Avermaete, Goran Bouaziz en Bram Ieven (eds.), Schrijven over vernietiging. Sem Dresden en de Holocaust vanuit meervoudig perspectief. Almere: Verbum, 2025.

·        C.O. Jellema, Tors voor een hymne. ’s-Gravenhage: Statenhofpers, 2025.

·        Reinder Storm, ‘Dit is zéér belangrijk!’ De ‘bibliophielen-gevoeligheidjes’ van E. du Perron. Leiden: Fragment, 2025.

·        Danill Charms, 18 verhalen. Vert. Margriet Berg e.a. Getekend door Wouter Gresnigt. Groningen: Blinuet, 2025.

·        Daniil Charms, 50 verhalen. Vert. Jan Paul Hinrichs. ’s-Gravenhage: Statenhofpers, 46 p.

·        Wiel Kusters, Bijsluiters. Groningen: Artistiek Bureau, 2025

·        Jan Hanlo, Beste advisanda. Brieven aan Harjo Wong (en Willem K. Coumans). ’s-Gravenhage: Statenhofpers, 2025.

·        100 jaar De Gemeenschap. Themanummer tijdschrift Oud-Utrecht, juni 2025.

| Zie verder: Jan Paul Hinrichs, ‘Schoon & haaks’, De Parelduiker 30 (2025), nr. 4, pp. 88-95.

 

donderdag 6 november 2025

Lezing over literair Oegstgeest in kasteel Oud-Poelgeest

LEZING OVER LITERAIR OEGSTGEEST IN KASTEEL OUD-POELGEEST

Op donderdagavond 6 november 2025 hield ik op de 9e bijeenkomst van de Schrijverskring Oegstgeest in kasteel Oud-Poelgeest in Oegstgeest een lezing naar aanleiding van mijn  boek De poëzie van een enclave (2017; 2de uitgebreide druk 2020).
Oud-Poelgeest, 6 november 2025
Foto Jan Paul Hinrichs


maandag 6 oktober 2025

Roger Martin du Gard in Augy (Recensie)

ROGER MARTIN DU GARD: AFSCHEID VAN AUGY 

Roger Martin du Gard (1881-1958) is na de vertaling van zijn romans Luitenant-kolonel de Maumort en De Thibaults een niet meer weg te denken figuur in Nederland die ook in dit tijdschrift ruimschoots aandacht kreeg (2008/5). Vertaalster Anneke Alderlieste zette zich ondertussen aan dagboeken en herinneringen die in 2022 onder de titel Kijken door een sleutelgat verschenen in Privé-domein. Het Journal (1992-1993) van Roger Martin du Gard verscheen in drie delen in het Frans, samen zo’n 3500 bladzijden, waaruit in vertaling naar schatting zo’n tiende deel is overgebleven. Anneke Alderlieste richt zich op wat ze het meest typerend voor ‘RMG’ vindt, namelijk ‘vriendschap, die hij belangrijker noemt dan liefde, zijn werk en constante twijfel, de angst voor de dood, het “spinnen” (dat trage gegons van gedachten) en zijn voorliefde om te observeren (sleutelgatkijken).’ De keuze is te respecteren, maar de vertaling geeft, misschien omdat de uitgever geen dikker boek wilde, noodzakelijkerwijs een beperkt beeld van het Journal. Veel valt weg, of is summier gebracht, ook essentiële momenten: hoe Roger Martin du Gard de dood van zijn vrouw beleeft of hoe hij zich verstopt nadat hij in 1937 hoort dat hem de Nobelprijs is toegekend. Maar ook aardige woorden over Den Haag uit 1920 blijven onvertaald.

            Het Journal van Roger Martin du Gard verwierf ik toevallig uit een weggeefkastpartij uit de nalatenschap van Leo van Maris (zie 2021/4). Het werd meteen een lievelingsboek: al aan het herlezen van aangestreepte passages ben ik tijden zoet. Een hoofdthema is naar mijn smaak Roger Martin du Gards hardnekkige zoeken naar afzondering en privacy om te werken, waardoor hij voortdurend van plek verandert. Beschrijving van ruimtewerking en afstandsgevoel is een daarmee verwant hoofdthema. In Parijs kan hij niet werken, zodat hij na de Eerste Wereldoorlog voor het schrijven van De Thibaults een huis koopt in het stadje Clermont in de Oise. Het landgoed Le Tertre in Bellême in de Orne dat hij in 1926 van zijn schoonvader koopt en vervolgens naar eigen inzicht verbouwt, ziet hij als onderdeel van zijn werk. De rust van het platteland wisselt hij vanaf 1934 ook af met een appartement in het Grand Palais in Nice van waaruit hij dan weer midden in de Tweede Wereldoorlog nieuwe verblijven in Antibes en Evian organiseert. Roger Martin du Gards zucht naar rust en privacy is zo groot dat hij ook zijn vrouw en dochter vaak ontloopt. Onafhankelijkheid lijkt steeds zijn hoogste doel: hij wil daarom ook geen lid worden van de Académie française. Het resultaat is een fascinerende blik op de uitgestrektheid van Frankrijk, tot aan koloniën toe, want we zien hem ook op Martinique.

            Roger Martin du Gard is geassocieerd met Le Tertre, maar ook zijn ouders hadden een groot huis met 243 ha land en bos: het bakstenen kasteeltje van Augy nabij Sancergues in de Cher dat ze in 1894 kochten. In Mémoire d’un lieu, Augy beschrijft lokale onderwijzeres Françoise Bezet, bij wie ik het boek als in het oude Frankrijk per brief bestelde, de geschiedenis van Augy vanaf de Middeleeuwen. Heerlijke details voegt ze toe, bijvoorbeeld dat de Martin du Gards rondreden in een Dion-Bouton, ongetwijfeld een van de eerste automobielen in de streek. In 1909 laat Roger Martin du Gard bij het kasteeltje een huis bouwen in Normandische vakwerkstijl, waar hij met vrouw en dochter intrekt, zijn roman Jean Barois (1913) schrijft en in mei 1920 op grote lege tafels het complete schema van De Thibauts ontwerpt waarmee hij tot 1940 zoet is als een veldheer boven zijn strategische plan. Vandaar ook ‘de wieg van De Thibaults’ in de ondertitel bij Françoise Bezet. 

In 1921 verkopen de ouders Augy. Roger Martin du Gard beschrijft met gelatenheid en mededogen de sfeer in een ouderlijk huis aan de vooravond van verhuizing, met huispersoneel dat huilt bij de auto als ouders vertrekken om nooit meer terug te komen. Op een herfstavond is hij alleen in het verlaten huis: ‘De nacht viel. De lanen zijn ontdaan van hun bankjes, maar ik zie ze allemaal weer, bij elke bocht, en ik zie mijn moeder daar zitten, met haar hond naast haar, want ze liep bijna nooit meer zonder elke honderd meter te gaan zitten. Het leek alsof ik mijn ouders kwijt was en dat ik hier terugkwam, waar hun silhouetten overal verschijnen. Ik huilde. Hoewel ik weinig met dit land heb, heeft het deel uitgemaakt van dertig jaar van mijn leven, een aanzienlijk aantal verschillende jaren, al mijn vakanties!’ Twee weken later is de overdracht en brengt hij zijn afscheidsbezoek aan de dorpsdokter die met het vertrek van zijn prominente klanten zich op slag eenzaam voelt. Zulke passages kan men ademloos herlezen. Het laatste woord geldt de kokkin en huishoudster Rosalie, door Françoise Bezet op een oude ansichtkaart met schort voor de keukenvleugel van het kasteel geïdentificeerd, die op de laatste avond ‘familiair en discreet’ steeds maar weer zijn kamer inloopt: een man die ze al als jongen van dertien kende en nu ook nooit meer terugkomt. Niet alleen de schrijver maar ook het personeel verliest na zevenentwintig jaar familiedienst een verleden. Luttele jaren later overlijden de reeds zwakke ouders: het is of de melancholieke dagboekbladen daarop vooruitlopen. Hopelijk kan Anneke Alderlieste nog eens een nieuwe dagboekselectie van Roger Martin du Gard vertalen, want Nederlandse lezers, terecht gefascineerd door wat Privé-domein biedt, missen heel wat.

Françoise Bezet, Mémoire d’un lieu, Augy. Berceau des «Thibault» de Roger Martin du Gard. Privé-uitgave, 2023. 127 p. € 20 (www.sancergues.fr/2023/06/livre-memoire-dun-lieu-augy).

| Zie verder, Jan Paul Hinrichs, 'Roger Martin du Gard: afscheid van Augy', De Parelduiker 29 (2024), nr. 5, pp. 66-71.