Posts tonen met het label Daniil Charms. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Daniil Charms. Alle posts tonen

donderdag 14 oktober 2021

Daniil Charms: Ik liep in de Zjoekovskistraat (vertaling verschenen)

DANIIL CHARMS: NIEUWE VERTALING VERSCHENEN

In Utrecht verscheen bij antiquariaat Hinderickx & Winderickx een nieuwe vertaling van Daniil Charms: Ik liep in de Zjoekovskistraat & andere fragmenten. Het gaat hier om proza van Charms dat nooit eerder in het Nederlands in vertaling verscheen. De oplage bedraagt 75 exemplaren (55 gebrocheerd en 20 gebonden).


| Zie verder: Daniil Charms, Ik liep in de Zjoekovskistraat & andere fragmenten. Vertaald [en van een nawoord(je) voorzien] door Jan Paul Hinrichs. Utrecht: Hinderickx & Winderickx, 2021. 

 

vrijdag 30 augustus 2019

Daniil Charms: Drie niet eerder vertaalde verhalen (vertaling)

DANIIL  CHARMS: DRIE NIET EERDER VERTAALDE VERHALEN


In De dappere egel (Vleugels, 2019) publiceerde ik vertalingen van veertig verhalen van Daniil Charms die, op enkele na, niet eerder in Nederlandse vertaling verschenen. Nu blijft nog ruim een dozijn verhalen van Charms over dat onvertaald bleef. Het gaat hier vaak om heel fragmentarisch overgeleverde teksten die, net als de meeste teksten uit De dappere egel, ook ontbreken in de grotere Duitse, Engelse en Franse uitgaven van Charms. Drie van deze teksten heb ik hier vertaald, als aanvulling op het in de De dappere egel gepubliceerde werk.

*
[1] 

Twee mannen gingen de redactie binnen. Beiden namen hun muts af en groetten.
            De een was een krullenbol, de ander was helemaal kaal.
            ‘Wat is er van uw dienst?’ vroeg de redacteur.
            ‘Ik ben de schrijver Poezyrjov’, zei de helemaal kale.
            ‘En ik de kunstenaar Bobyrjov’, zei de krullenbol.

<1930>

 *
 [2]

Ik liep in de Zjoekovskistraat. Daar is het huis waar ik moet zijn. Hier woont mijn vriend. Ik was al lang van plan bij hem langs te gaan, maar ik stelde mijn bezoek steeds uit, omdat hij geen telefoon heeft en ik niet bij hem langs wilde gaan zonder hem thuis te treffen. Vandaag kwam ik er eindelijk toe.
            Mijn vriend heet Anton Antonovitsj Kozlov.

*

[3]

Op een keer ging Semjonov wandelen. Het was een heel warme dag en daarom besloot Semjonov te gaan baden in de rivier.
            Semjonov wandelde heel lang, werd uiteindelijk moe en ging uitrusten op het gras naast de rivier.
            Het was een warme dag en Semjonov besloot te baden in de rivier.

Vertaling: Jan Paul Hinrichs

woensdag 7 augustus 2019

Daniil Charms: De dappere egel (vertaling verschenen)

VEERTIG VERHALEN VAN DANIIL CHARMS VERSCHENEN
Daniil Charms, De dappere egel.
Vertaling Jan Paul Hinrichs
(Bleiswijk: Uitgeverij Vleugels, 2019).

Bij Uitgeverij Vleugels verscheen op 20 augustus 2019 De dappere egel van Daniil Charms. Het gaat hier om veertig verhalen die vrijwel allemaal hier voor het eerst in Nederlandse vertaling verschijnen. 


| Zie: Daniil Charms, De dappere egel. Veertig verhalen vertaald door Jan Paul Hinrichs (Bleiswijk: Vleugels, 2019). 60 pp. ISBN 978 90 7862782 1.


Zie voor drie niet eerder vertaalde verhalen van Charms die niet in dit boekje staan het blogbericht van 30 augustus 2019.

dinsdag 31 december 2013

Een kindervers van Daniil Charms

ONDRAAGLIJK LACONIEK

Een man verliet een keer zijn huis
Met knapzak en met stok,
    Het was voor lang,
    Het was voor lang
Dat hij te voet vertrok.

Hij keek niet op, hij keek niet om
En volgde ’t rechte pad.
     Hij sliep noch dronk,
     Hij dronk noch sliep,
Hij sliep noch dronk noch at.

Eens liep hij in de morgenstond
Het bos in en sindsdien
     Van dat moment,
     Van dat moment
Heeft niemand hem gezien.

Maar als het ooit nog eens gebeurt
Dat u die man ontmoet,
     Vertel het ons,
     Vertel het ons,
Vertel het ons met spoed.

(vertaling Margriet Berg & Marja Wiebes)

Pas lang na zijn dood werd bekend dat de schrijver van dit oorspronkelijk Russische gedicht, Daniil Charms (1905-1942), ook een belangrijk oeuvre voor ‘volwassenen’ op zijn naam had. Tijdens zijn leven publiceerde hij vrijwel uitsluitend verhalen en gedichten voor kinderen. Tegenwoordig geldt Charms als een meester van het absurdisme. Zijn naam wordt in één adem genoemd met die van Franz Kafka. Het grootste deel van zijn schrijversleven speelde zich af tijdens een communistisch regime dat steeds grimmiger trekken aannam. De terreur onder Stalin, die in de jaren 1937 en 1938 een hoogtepunt bereikte, raakte miljoenen inwoners van de voormalige Sovjet-Unie.
     Het gedicht van Charms verscheen in die tijd, in 1937, in een kinderblad. Het geldt ook formeel als een kindervers. Maar was dat ook zo? Na publicatie van dit gedicht kon Charms een jaar lang niets meer in zijn blad publiceren. Het gedicht vond men dus blijkbaar niet zo onschuldig: het leek toespelingen te bevatten op de terreur van 1937. Het was de tijd dat de politie burgers ’s nachts van huis haalde, waarnaar ze vaak niet meer terugkeerden (‘Het was voor lang’). Als men niet spoedig de kogel kreeg, werden de vermeende ‘volksvijanden’ op deportatie gestuurd naar strafkampen in Siberië. Het bos waarin de man in de morgenstond verdween, kan staan voor executie of een strafkamp. In ieder geval gold voor de omgeving van de man: ‘Van dat moment / Heeft niemand hem gezien.’ […]
     Toch valt niet te zeggen of Charms zelf enige politieke bedoelingen heeft gehad toen hij het gedicht schreef en inleverde. Het valt ook onmogelijk te zeggen hoeveel lezers in 1937 bij dit gedicht daadwerkelijk aan de terreur hebben gedacht: zo’n interpretatie kon vanwege censuurbepalingen pas decennia later in Rusland worden gepubliceerd. Men mag aannemen dat het gedicht Charms wel aan het denken heeft gezet want na de publicatie heeft hij uit geldgebrek honger geleden. Maar zijn eigen bedoelingen zijn voor het verdere lot van dit gedicht in de literatuurgeschiedenis van ondergeschikt belang: het is juist die politieke interpretatie die van ‘Een man verliet een keer zijn huis’ in onze tijd het beroemdste gedicht van Daniil Charms maakt. Ook een genre blijkt dan ineens minder vast te staan dan men zou denken: het is ineens helemaal geen laconiek kinderversje meer maar een dodelijk serieus gedicht.

Jan Paul Hinrichs

| Eerder gepubliceerd (zonder naamsvermelding) in Vrij Nederland, 3 oktober 1998, p. 55.

 

vrijdag 6 juli 2012

Daniil Charms: op zoek naar zijn kamer in 1992

NAWOORD

Sint-Petersburg, september 1992. Majakovskistraat 11 blijkt een gigantisch archaïsch wooncomplex met een poort waar een hooiwagen door kan. Links van de openstaande deur, aan de binnenplaats die toegang tot trap nr. 5 geeft, hangt een langwerpig blauw bordje, waarop nummers van appartementen in wit zijn aangegeven: 5, 6, 7, 57, 9, 10, 11, 12, 13. Het nummer van Daniil Charms, wiens interesse voor kabbalistiek mij bekend is, ontbreekt in de rij precies op de plaats waar het te verwachten was. Hij woonde immers op nr. 8. Is dit een postume grap van een absurdist of ben ik verkeerd geïnformeerd?
     Op de tweede verdieping bel ik aan bij nr. 57. Op het moment dat een roodharige vrouw van een jaar of vijftig open doet, trippelt een wit hondje met een bruin snuitje naar buiten. Als ik de naam Charms laat vallen, nodigt de vrouw me uit binnen te komen. Het appartement bestaat uit een ruime kamer met uitzicht op de binnenplaats, een langwerpige keuken waarin een tweede, jongere vrouw bezig is, een piepklein, met affiches beplakt kamertje zonder deur en ramen waaruit een meisje van een jaar of vijftien tevoorschijn komt, een badkamer en een wc. Alles straalt een grote orde en rust uit.
     De oudste vrouw, Nina, voert bevlogen het woord. Het huis waarin Charms tot aan zijn arrestatie in 1941 woonde, blijkt tijdens de oorlog te zijn gebombardeerd. Muren werden opgetrokken waar vroeger deuren waren, veel ruimtes kregen nieuwe plafonds, enzovoorts. Ze tikt op de muren om me duidelijk te maken welke zwaar en oud zijn en welke dun en nieuw. In het kamertje van het meisje is zo’n dunne muur: Nina gaat ervan uit dat daar in de tijd van Charms de ingang van het appartement was. De trap waarboven ik naar boven was gekomen, fungeerde toen als achteruitgang: de ware ingang werd gevormd door een hal en trap die men via de straatkant bereikt. De wc-muren zijn volgens haar origineel. Of de grote kamer er ten tijde van Charms ook zo heeft uitgezien, betwijfelt ze, maar wel lijkt het haar waarschijnlijk dat Charms uitkeek op de binnenplaats en zag wat zij zien: de overkant, akelig nabij, talloze woonkazerneachtige ramen.
     Ik ben niet de eerste die voor Charms komt, vertelt Nina. Charms heeft haar altijd geïnteresseerd. Als bewijs laat ze een getypte uitgave van Charms’ proza zien zie zij zelf een jaar of tien geleden heeft vervaardigd. Pas drie jaar geleden, na de verhuizing naar dit appartement, was het haar duidelijk geworden dat zij in het huis van haar idool terecht was gekomen. Ze raadt me aan het trappenhuis aan de straatkant in te gaan: zo komt men bij het huidige appartement nr. 8. Bij het afscheid zegt ze: ‘Het hele leven komt vanzelf naar me toe, Charms, maar ook dit hondje. Het stond gewoon een keer voor de deur en toen heb ik het binnengelaten.’
     Aan de straatkant is een ruimer trappenhuis: de oude hoofdingang. Ik betreed de brede grijze trap waarover Charms moet hebben gelopen. Nr. 8, op gelijke hoogte als nr. 57 aan de achterkant, heeft een houten deur zonder deurknop. Een vrouwenstem wil weten wat ik wil. Als ik de naam Charms laat vallen, klinkt een diepe zucht. Ze verwijdert zich sloffend van de deur en ik betwijfel of ze terugkomt. Maar even later heeft ze de sleutels gehaald en wordt de dubbele toegangsdeur ontgrendeld. De vrouw kijkt me enigszins wantrouwend aan, maar laat me tenslotte met een vermoeide glimlach binnen.
     Het blijkt een verrassend ruim appartement met drie grote kamers. In de achterste kamer, vol fraaie oude meubelen en met oude familieportretten aan de muur, stelt de vrouw, Tamara, me voor aan twee vrienden, een arts en een schilder die me met een welwillendheid ontvangen, alsof ze lange tijd op me hadden gewacht. De schilder stond op het punt om te vertrekken en citeert, als bewijs dat ik op het verkeerde spoor ben, een versje van Charms, beginnend met de regel ‘Ik woonde in appartement nr. 4’. Als hij vertrokken is, verklaart de arts dat het regeltje niet van Charms is.
     Het appartement kijkt uit op de Majakovskistraat. Tamara, die me en passant een kopie uit het adelsregister laat zien waaruit moet blijken dat zij van adellijke komaf is, bevestigt het verhaal van het bombardement. Wellicht, vertelt ze, is de toegangsdeur van Charms’ woning indertijd ergens geweest waar nu haar appartement is, maar waar het precies is, is volgens haar niet te zeggen. Een stokoude buurvrouw, die in Charms’ tijd ook in het huis woonde, herinnert zich ook niets meer. Zelfs als er oude bouwtekeningen boven water komen, valt het moeilijk te zeggen waar Charms woonde, want zij neemt aan dat nr. 8 indertijd een gemeenschappelijk appartement was, waar zich achter een voordeur verschillende huishoudens bevonden.
     Tamara schenkt koffie en wodka. Ze vertelt dat haar man, een professor in de bestuurskunde, haar uitdrukkelijk had verboden nog langer Charms-bezoek binnen te laten. ‘Ze kunnen je wel vermoorden of van alles stelen’, had hij haar voorgehouden. Haar kan het niet schelen waar Charms nu precies woonde. ‘Eerlijk gezegd ben ik Charms zat. Er komt een dag dat ik een bordje ga aanbrengen: “Hier geen Charms”.’
     Ik  vertrek na een uur of twee. Of ik Charms’ woning heb betreden, weet ik niet. Misschien was ik alleen in de driedimensionale ruimte waar die ooit geweest is. Tamara wijst me op vlekken en krassen in haar voordeur. Steeds schrijven Charms-fans op haar deur waarna zij hun teksten weer wegboent. Maar die op de liftdeur laat ze staan. ‘Een groet aan Charms!’ lees ik en de dichtregel van Charms ‘Ik sla op achterwerken omwille van de dames.’

Jan Paul Hinrichs

| Fragment van een nawoord dat eerder verscheen in Daniil Charms, Tsjak (Leiden: Plantage/G&S, 1993), pp. 137-139. Met wijzigingen herdrukt onder de titel 'Daniil Charms: op zoek naar zijn kamer' in: Jan Paul Hinrichs, Brief uit Vidin (Nijmegen: Flanor, 2015), pp. 105-107.




zondag 8 april 2012

Daniil Charms in Nederlandse vertaling

DANIIL CHARMS: IETS OVER ZIJN CARRIÈRE IN NEDERLAND

Het verzoek van de uitgever aan mij was om een ‘korte karakteristiek’ van Charms te schrijven, ‘inclusief zijn uitgeefgeschiedenis in Nederland’. Eigenlijk bracht dit idee me in verlegenheid, want in die sfeer heb ik al zo vaak iets geschreven dat ik het onbehaaglijke gevoel heb gekregen vooral nog mezelf over te schrijven als ik het over Charms heb. Moest ik Charms nu weer de ‘meester van de zwarte humor’ noemen, weer een uitdrukking als ‘aan stomme films en strips herinnerde snapshots’ gebruiken als ik het over zijn verhalen heb, weer uitleggen dat in die verhalen de ‘opeenvolging van oorzaak en gevolg wordt genegeerd’, of ‘het wonder’ memoreren dat zijn eigenlijke werk (dat tijdens zijn leven nooit gedrukt was) ondanks de blokkade van Leningrad en de Stalin-terreur bewaard is gebleven? Of het verhaal oprakelen dat Charms graag als een soort Sherlock Holmes gekleed ging? Ik heb mijn Charms-karakteristieken ook al zo vaak letterlijk en zonder bronvermelding door anderen overgeschreven gezien in programmaboekjes en op het Internet dat ik het liefst op dit punt afhaak. Ook ben ik - wat het tweede deel van het verzoek van de uitgever betreft - als vertaler en één keer als uitgever zo nauw betrokken geweest bij die Nederlandse uitgeefgeschiedenis van Charms dat ik ook niet als de meest objectieve kroniekschrijver kan gelden.
     Maar gelukkig heb ik met het begin van Charms’ carrière in Nederland niets te maken. In 1978 publiceerde Charles B. Timmer - die ik één keer in een Amsterdams wijnlokaal de hand mocht schudden maar met wie ik verder nooit enig contact heb gehad - bij uitgeverij Van Oorschot een keuze uit Charms’ proza in de verzamelbundel Bam en ander proza. In dit boek is ook werk opgenomen van Charms’ vriend Aleksandr Vvedenski en van de veel jongere Vladimir Kazakov, die eigenlijk met Charms en Vvedenski niets te maken heeft. In 1978 – ik was toen derdejaars student Slavische talen – kende ik Charms niet, ook niet van naam. Ik herinnerde me ook niet dat het boekje van Timmer bekend was onder Leidse studenten in die tijd: Timmer deed ook zo veel verschillende dingen dat men hem niet echt volgde. Bovendien had hij zo vaak afgegeven op die ‘jongens van de universiteiten’ die helemaal niets wisten dat hij zichzelf bij menig student buitenspel had geplaatst.
     In 1986 verscheen een zeefdruk-editie van Charms’ verhaal ‘Rehabilitatie’ als derde deeltje van Huis clos, de bibliofiele reeks van Gerards & Schreurs. De ‘uitgevers te Maastricht’ hadden hierbij gekozen voor de bestaande vertaling van Timmer. Uitgever Joep Schreurs (1952-1999), die een fijne neus bezat voor eigenzinnige literatuur van hoge kwaliteit, had in zijn Berlijnse jaren het een en ander van Charms meegekegen. De Duitse vertalingen van Peter Urban waren ook veel eerder verschenen dan het eerste Nederlandse vertaalwerk van Timmer. Joep en zijn compagnon Piet Gerards waren zeer enthousiast over Charms en vroegen mij een nieuwe keuze uit diens proza te vertalen. Onder de titel Optisch bedrog en ander proza verscheen het boekje in 1988 in de reeks Fragmenten. Joseph Kerff maakte voor dit boekje de illustraties, net zoals hij al voor de aparte Huis clos-uitgave van ‘Rehabilitatie’ had gedaan waarvan ik een exemplaar als honorarium had bedongen.
     Mijn vertalingen hadden nog een tweede en derde leven omdat ze werden opgenomen in de Charms-bundels Tsjak (Plantage, 1993; weer met tekeningen van Joseph Kerff) en Ik zat op het dak (Atlas, 1999, 2de druk 2001). Dit zijn verzamelbundels waarin ook verhalen, brieven, toneelwerken en gedichten zijn opgenomen in de vertaling van Yolanda Bloemen, Margriet Berg en Marja Wiebes. Ondertussen hadden zich ook andere uitgevers aan Charms gewaagd. Uitgeverij Pegasus publiceerde bundels in de vertaling van Jan Jasper Zijlstra: Alle mensen houden van geld (1990) en Brieven en dagboeken (1993). De kleine uitgave Verhaal met opdracht (1989) was daar nog aan voorafgegaan. In mijn ‘eigen’ Leidse De Lantaarn-reeks waren in 1989 al de Brieven aan Claudia verschenen in de vertaling van Yolanda Bloemen. Ten slotte stortte ook Arthur Langeveld zich op Charms: zijn vertaalwerk resulteerde in de bundels met kinderverhalen en kindergedichten Een, twee, hupsakee (Lannoo, 1996) en Nietes, welles (Querido, 1997). Gezien de betrekkelijk geringe omvang van Charms’ oeuvre is de verscheidenheid aan Nederlandse vertalingen enorm.
     Ondertussen verschenen er ook veel recensies en gaven tal van bekende literatoren blijk van hun fascinatie voor Charms. Dat Charms ‘cult’ in Nederland werd, bleek ook uit de aandacht voor zijn werk in het bibliofiele circuit. Ook dat was al vroeg begonnen. Stichting De Roos, de nestor onder de bibliofiele uitgevers, had in 1985 het verhaal ‘Een oude vrouw’ in Timmers vertaling uitgegeven. Na de uitgave van Huis clos zagen we Charms nog verschijnen onder imprints als Hinderickx & Winderickx, Wederzijds Voordeel en Dekker van de Vegt. Maar de wereld van Charms in Nederland werd gaandeweg veel groter. Een simpele zoekactie op Google levert een onafzienbare hoeveelheid informatie op over toneelgroepen, poppentheaters, balletgezelschappen, jazzensembles, filmregisseurs, schilders, videomakers en andere artiesten die zich door Charms hebben laten inspireren.           
     Vorig jaar – 2005 – hadden we een Charms-jaar. Daniil Charms (1905-1942) was immers honderd jaar geleden geboren in Sint-Petersburg, de stad waar hij (afgezien van een korte verbanning in Koersk) zijn hele leven heeft doorgebracht. Het was opvallend dat de jubileumactiviteiten vrijwel geheel getrokken werden door fanatieke liefhebbers buiten het slavistencircuit. Zelf had ik er in ieder geval niets mee te maken. Een Charms-tentoonstelling die ik in de Leidse Universiteitsbibliotheek wilde houden, kon door externe oorzaken niet doorgaan. De ongeveer honderd Charms-uitgaven die ik de afgelopen jaren had verzameld, vooral op dienstreis in Sint-Petersburg, blijven in Leiden natuurlijk wel voor leners aan te vragen. Ook van een lezing op een festival in Brussel kwam niets: ik stond wel aangekondigd, maar de organisatie had me niet aangeschreven.
     Al ruim achttien jaar leef ik zo op met Charms. Mijn eerste vertalingen maakte ik aan de hand van een onbetrouwbare uitgave in tikletter van Jal-Verlag in Würzburg. Het was de tijd dat het werk van Charms, zijn kinderboeken buiten beschouwing gelaten, nog niet in de Sovjet-Unie gepubliceerd mocht worden. Nu hebben we fraaie academische uitgaven uit Sint-Petersburg. En ondanks de veelheid aan Nederlandse Charms-uitgaven valt nog heel wat voor het eerst te vertalen: er is ruimte voor een dikke bundel met proza, dagboekaantekeningen en gedichten die de fans niet kennen.
     Ten slotte nog een woord over het verhaal ‘Rehabilitatie’ dat, als ik het wel heb, nu voor de derde keer in het Nederlands verschijnt. In Optisch bedrog en ander proza ontbreekt het: niet omdat het al vertaald was door Timmer of bij dezelfde uitgever in de Huis clos-reeks was verschenen, maar omdat ik het verhaal, kennelijk in mijn rol van jonge vader, te onsmakelijk, te gruwelijk vond. Nu, achttien jaar later, vind ik ‘Rehabilitatie’ vooral een tragisch meesterwerk. Ik moet ook steeds gefixeerd naar de datering kijken. We lezen daar: 10 juni 1941. Charms schreef dit stuk minder dan twee weken voor de Duitse invasie van de Sovjet-Unie. Het was kort voor een ongehoorde uitbarsting van terreur: aan het front maar ook achter het front, waar ‘verdachte elementen’ en ‘vijanden van het volk’ massaal werden opgepakt en vermoord. In dit beeld past ook, op 23 augustus 1941, de arrestatie van de excentrieke bohémien Charms die, als door een wonder, tot dan toe achterwege was gebleven.
     De weduwe van Charms, die tot voor kort in Venezuela in leven was (na een leven zo fantastisch dat Charms het zelf niet had kunnen bedenken; zie mijn artikel in De Parelduiker, 1999, nr. 5) maakte de arrestatie mee en reed op eigen verzoek mee naar het hoofdkwartier van de geheime dienst aan de Litejni Prospekt, algemeen bekend als het Grote Huis: ‘Ze parkeerden de auto niet vlak voor de ingang maar ietsje ervan af, zodat de mensen niet zagen dat ze hem meevoerden. We moesten nog een paar passen lopen. Ze hielden Danja heel stevig vast, maar tegelijkertijd deden ze alsof hij zelf zo liep. We kwamen in een soort wachtruimte. Twee mannen namen hem daar mee en ik bleef alleen achter. We konden elkaar alleen nog aankijken. Daarna heb ik hem nooit meer gezien.’ En het is of Charms in ‘Rehabilitatie’ – voor zover bekend het laatste proza dat hij schreef voor zijn arrestatie - tot ons spreekt namens de personen die hem van huis haalden en niet meer lieten terugkeren. Het is een lot dat Charms met talloze anderen in de Sovjet-Unie deelt, zonder dat ooit iemand achteraf zich voor al die moorden en verdwijningen heeft moeten verantwoorden. Het bericht van Charms’ dood kwam in februari 1942 naar buiten. Waar en hoe hij is gestorven, bleef onbekend.


Jan Paul Hinrichs