TWEEDE DRUK VAN BRIEF UIT VIDIN
Bij uitgeverij Flanor verscheen een tweede, bijgewerkte druk van Brief uit Vidin.
Zie verder: Jan Paul Hinrichs, Brief uit Vidin. Nijmegen: Flanor, 2de bijgewerkte druk 2015 (Flanorreeks; 84). 135 pp. ISBN 978-90-73202-92-4.
Voor de inhoud en de bestelwijze zie het blogbericht van 2 oktober 2015.
Dit blog bevat artikelen, notities, vertalingen en recensies over verschillende onderwerpen die vrijwel altijd iets met literatuur, kunst of wetenschapsgeschiedenis te maken hebben. De meeste berichten zijn eerder in druk verschenen (zie voor een publicatielijst het bericht van 14 mei 2012).
dinsdag 26 januari 2016
vrijdag 27 november 2015
Schoon & haaks [afl. 8]
SCHOON & HAAKS [AFL. 8]
In De Parelduiker staat vanaf nummer 2 van de jaargang
2014 de rubriek ‘Schoon & haaks’
waarin ik publicaties van privédrukkers en marginale uitgevers bespreek. In de achtste
aflevering (2015, nr. 5) staan recensies van de volgende boeken:
- Robert Desnos, Literatuur en andere gedichten. Vert. Katelijne De Vuijst. Gent: Druksel,
2015.
- Max Jacob, Veertien kubistische gedichten, gekozen
uit de «Le cornet à dés» (De dobbelbeker). Vert. Kiki Coumans. Gent:
Druksel, 2015.
- Nathalie Quintane, Opmerkingen. Vert. Kiki Coumans. Bleiswijk: Studio 3005, 2015.
- Konrad Bayer, idioot. Vert. Erik de Smedt. Bleiswijk:
Studio 3005, 2015.
- H. Marsman, Ruimteschemer. Utrecht: Salon
Saffier, 2015.
- Nanne Tepper, De psychologie van de constructie.
Den Haag: Statenhofpers, 2015.
- Andrew Marvell, Gedichten. Vert. Cornelis W. Schoneveld. Amsterdam: De Wilde
Tomaat, 2015.
- Ralf de Jong, Boeken van nu: terug naar de toekomst
& Index Huis Clos 1-49. Rimburg: Huis Clos, 2015.
J. van Oudshoorn: Brieven (verschenen)
J. VAN OUDSHOORN: BIBLIOFIELE UITGAVE BIJ STATENHOFPERS
Zojuist verscheen Een ietwat vreemd product: vijf brieven van J. van Oudshoorn (1876-1951) rondom zijn verhaal 'Doodenakker' dat in 1937 is gepubliceerd in het letterkundig jaarboek Kristal. Het gaat om een bibliofiele editie van de Haagse Statenhofpers die verscheen in 90 genummerde exemplaren. Ook het verhaal 'Doodenakker' is afgedrukt. In deze uitgave zijn drie tekeningen opgenomen van A.J. van 't Hoff (1893-1939), waarvan er in ieder geval een speciaal voor bij dit verhaal is gemaakt.
Zojuist verscheen Een ietwat vreemd product: vijf brieven van J. van Oudshoorn (1876-1951) rondom zijn verhaal 'Doodenakker' dat in 1937 is gepubliceerd in het letterkundig jaarboek Kristal. Het gaat om een bibliofiele editie van de Haagse Statenhofpers die verscheen in 90 genummerde exemplaren. Ook het verhaal 'Doodenakker' is afgedrukt. In deze uitgave zijn drie tekeningen opgenomen van A.J. van 't Hoff (1893-1939), waarvan er in ieder geval een speciaal voor bij dit verhaal is gemaakt.
Zie verder: J. van Oudshoorn, Een ietwat vreemd product. Vijf brieven rondom het verhaal 'Doodenakker'. Bezorgd en van een nawoord voorzien door Jan Paul Hinrichs (ill.: A.J. van 't Hoff). 's-Gravenhage: Statenhofpers, 2015. 23 pp. Oplage: 90 genummerde exemplaren (te bestellen via https://statenhofpers.nl/).
donderdag 26 november 2015
Willem Elsschot en Kees Fens (Recensies)
WILLEM ELSSCHOT, KEES FENS EN 'HET HUWELIJK'
‘Altijd botsen bij Elsschot Laarmans en Boorman – het weke hart en het koude verstand -, en hun botsing heeft het komische effect dat tranen in de ogen brengt en dat die weemoedige lach voortbrengt die eigen is aan de ware humor’. ‘In Kaas zien wij de zielige poging van Laarmans om op te klimmen naar de eenzame hoogte van de Boorman’. Kees Fens (1929-2008) schreef deze behartigenswaardige woorden in 1957 in het jezuïetenweekblad De Linie. Het was het eerste van zestien stukken die hij tot 2005 over Elsschot schreef. Het Willem Elsschot Genootschap, onvermoeibaar zondagsuitgever van professioneel ogende Elsschotiana, bundelt ze in Een leven lang Elsschot met een nawoord van bezorger Koen Rymenants. Alleen al als becommentarieerde bloemlezing van citaten is dit een leuk boekje. We zien Fens veranderen: van alle diepzinnigheden die hij in 1965 in Merlyn aan Het Dwaallicht toedichtte, vindt hij in 2004 niets terug. In een charmant vierkant boekje ontfermt De Bucheliuspers zich over Elsschots gedicht ‘Het huwelijk’ en Duitse, Franse en Engelse vertalingen ervan. Daaruit komt de regel ‘Ik moet de schimmel van mijn stramme voeten wassen’. Kees Fens, zuinig met persoonlijke noten, memoreert dat hij in 1960 op een sollicitatiegesprek bij dagblad De Tijd de vraag kreeg van wie die regel was. Met het goede antwoord was hij meteen aangenomen.
Kees Fens, Een leven lang Elsschot. Antwerpen: Willem Elsschot Genootschap, 2014. 87 p.
€ 15 (willemelsschotgenootschap@telenet.be)
Willem Elsschot, Het huwelijk. Ehe. Le marriage. Marriage. Utrecht: De Bucheliuspers, 2014. 18 p. 50 ex. € 25 (Oude Kamp 14 3512 KH Utrecht arjaanvannimwegen@gmail.com)
| Eerder verschenen in de rubriek 'Schoon & haaks' in De Parelduiker 20 (2015), nr. 1, p. 68.
‘Altijd botsen bij Elsschot Laarmans en Boorman – het weke hart en het koude verstand -, en hun botsing heeft het komische effect dat tranen in de ogen brengt en dat die weemoedige lach voortbrengt die eigen is aan de ware humor’. ‘In Kaas zien wij de zielige poging van Laarmans om op te klimmen naar de eenzame hoogte van de Boorman’. Kees Fens (1929-2008) schreef deze behartigenswaardige woorden in 1957 in het jezuïetenweekblad De Linie. Het was het eerste van zestien stukken die hij tot 2005 over Elsschot schreef. Het Willem Elsschot Genootschap, onvermoeibaar zondagsuitgever van professioneel ogende Elsschotiana, bundelt ze in Een leven lang Elsschot met een nawoord van bezorger Koen Rymenants. Alleen al als becommentarieerde bloemlezing van citaten is dit een leuk boekje. We zien Fens veranderen: van alle diepzinnigheden die hij in 1965 in Merlyn aan Het Dwaallicht toedichtte, vindt hij in 2004 niets terug. In een charmant vierkant boekje ontfermt De Bucheliuspers zich over Elsschots gedicht ‘Het huwelijk’ en Duitse, Franse en Engelse vertalingen ervan. Daaruit komt de regel ‘Ik moet de schimmel van mijn stramme voeten wassen’. Kees Fens, zuinig met persoonlijke noten, memoreert dat hij in 1960 op een sollicitatiegesprek bij dagblad De Tijd de vraag kreeg van wie die regel was. Met het goede antwoord was hij meteen aangenomen.
Willem Elsschot, Het huwelijk. Ehe. Le marriage. Marriage. Utrecht: De Bucheliuspers, 2014. 18 p. 50 ex. € 25 (Oude Kamp 14 3512 KH Utrecht arjaanvannimwegen@gmail.com)
| Eerder verschenen in de rubriek 'Schoon & haaks' in De Parelduiker 20 (2015), nr. 1, p. 68.
Chaim Levano, Leo Herberghs en Toon Teeken (Recensies)
HEERLENSE BROEDERSCHAP: CHAIM LEVANO, LEO HERBERGHS EN TOON TEEKEN
Uitgeverij Gerards & Schreurs begon in 1986 vanuit
Heerlen de Huis clos-reeks: fraai uitgegeven met de hand gezette uitgaven. De
uitgeverij opereerde kortstondig maar de reeks, die al gauw op digitale opmaak
overschakelde, bestaat na bijna drie decennia nog altijd. Eigenzinnige
schrijvers en kunstenaars staan centraal, naast de op afstand herkenbare maar
nog altijd verrassende vormgeving van Piet Gerards. Heerlense wortels worden van
oudsher niet verloochend, zonder dat dit tot provincialisme leidt. Dat blijkt
weer uit Theater Levano, het rijke boek
over musicus en theatermaker Chaim Levano (Heerlen, 1928), vergezeld van een
dvd met een documentaire film van Kees Hin. Huis clos herdrukt van dichter Leo
Herberghs (Heerlen, 1924) zijn in kleine kring befaamde traktaat tegen het zwemmen Wie zwemt is keg dat eerder in 1990 in
de reeks verscheen. Daarnaast komt de uitgeverij met het ingebonden boekje Portret als dubbelportret van schilder
en fotograaf Toon Teeken (Heerlen, 1944). In kleur zijn zo’n 75 portretten afgedrukt
van schrijvers, kunstenaars en wetenschappers. Er zitten grote namen bij als
Einstein, Wittgenstein en Kafka. Onze literatuur levert Leopold en Kouwenaar. Beide
portretten zouden in het Letterkundig Museum niet misstaan.
Camiel Hamans, Ben van Melick, Kees Hin, Theater Levano. Rimburg: Huis clos, 2013.
140 p. € 27,50 | Leo Herberghs, Wie zwemt
is keg. 2014. 20 p. 250 ex. € 5 | Toon Teeken, Portret als dubbelportret. 2014. 96 p. 250 ex. € 37,50
(Broekhuizenstraat 53 6374 LJ Rimburg info@uitgeverijhuisclos.nl)
| Eerder verschenen in de rubriek 'Schoon & haaks' in De Parelduiker 20 (2015), nr. 1, pp. 67-68.
C.O. Jellema en Geerten Meijsing (Recensies)
TRENDS ZETTEN DOOR: C.O. JELLEMA EN GEERTEN MEIJSING
Christine Lavant, Drie
gedichten met vertalingen door C.O. Jellema. Woubrugge: Avalon Pers, 2014.
16 p. 80 ex. (Leidse
Slootweg 4, 2481 KH Woubrugge avalonpers@hetnet.nl)
Geerten Meijsing: Boedelbeschrijving: supplement september 1975. Haarlem: de Korenmaat, 2014. 22 losse blaadjes. 75 ex. € 9 (Pb. 3316, 2001 DH Haarlem info@hofvanjan.nl) | De toetssteen. Utrecht: Boktor, 2014. 15 p. 72 ex. € 35 (Oude Gracht 234, 3511 NT Utrecht info@hinderickxenwinderickx.nl) | Dingen die nog te doen zijn. Kerstverhaal. Woubrugge: Avalon Pers, 2014. 22 p. 98 ex. € 40
| Eerder verschenen in De Parelduiker 20 (2015), nr. 1, pp. 64-65.
Deze rubriek signaleerde het al eerder: C.O. Jellema
(1906-2003) is een favoriet van het marginale circuit. Allerlei uitgeverijen
spelen mee maar de bezorger blijft dezelfde: literair erfgenaam Gerben Wynia. De
Avalon Pers komt nu met Drie gedichten
vol Oostenrijkse zwaarmoedigheid van Christine Lavant (1915-1973): de Duitse tekst
met drie ongepubliceerde vertalingen van Jellema. Wynia tekent
ook voor de brievenbundel Selbstfindung
die inmiddels bij Flanor is herdrukt. Ik zag niet eerder zo’n omvangrijke
Duitse brievenuitgave van een Nederlands auteur. Het is de vraag of Jellema het
boek zelf had gewenst. Kort voor zijn dood vroeg hij de adressant, de Duitse theoloog
Hans-Hermann Röhrig, zijn brieven terug, waarna Wynia ze in de nalatenschap
niet meer aantrof. De uitgave is gemaakt op grond van fotokopieën uit Röhrigs
bezit. Jellema kende de Duitser van zijn Amsterdamse theologiestudie. Jellema
was negentien, gaststudent Röhrig vijf jaar ouder. In 1958 zwaait Jellema om
naar de studie Duits: ‘Weet je, ook de praktische kant van een pastorie zou mij
niet gelegen hebben, het onregelmatige, enigszins zwevende ervan.’ Ontevredenheid
met zichzelf blijft een hoofdthema bij Jellema. In 1959 biecht hij Röhrig op
dat hij homoseksueel is. Het schaadt de vriendschap niet, ook niet toen Röhrig
een gezin opbouwt. Pas veertig jaar later bekent Jellema dat hij hevig verliefd
op hem was. De kern van de briefwisseling ligt in de voor Jellema cruciale jaren
1960-1961. Het is de tijd dat hij een mislukte poging doet met een vrouw te leven. Hij gaat ook werken als leraar
Duits, debuteert als dichter en zijn vader sterft. Debuteren lost eenzaamheid
niet op: Jellema gaat gebukt onder ‘het dreigende vermoeden dat mijn gedichten
weinig mensen aanspreken – misschien heb ik te veel ervan verwacht, van het
contact met de lezer’. Over literatuur en troebelen op school en universiteiten
horen we niet veel. Jellema houdt vooral monologen: ‘Egocentrisch als ik ben,
is deze brief meer een preek voor mezelf geworden dan een brief aan jou’. Zo is
er een massa ‘Materialien zum Leben und Werk’ van Jellema bijgekomen. Een tweede held onder
kleine uitgevers blijft Geerten Meijsing (1950). De Korenmaat komt met een
supplement op de eerder (2014, nr. 3) gerecenseerde uitgave Boedelbeschrijving: dagboeknotities van een vakantie in het Italiaanse Caviano in 1975
waarin de cultauto Citroën DS 21 met zijn grillen een hoofdrol speelt. Steeds weer nieuwe persen ontfermen zich over Meijsing wiens werk al jaren niet
meer in de boekwinkel ligt. Nu dient Boktor zich aan. De toetssteen is een handzaam boekje in rode linnen band. Het bevat
de tekst die Meijsing, aldus het colofon, schreef voor ‘het programmaboekje van
Opera Trionfo, die eind 2011 Rossini’s La
pietra del paragone op de planken bracht. Het is Meijsing wel toevertrouwd
de lezer voor deze opera warm te maken. De Avalon Pers biedt al jaren onderdak
aan kerstverhalen van Meijsing, zo ook voor Dingen
die nog te doen zijn. Ex-vrouw, dochter, vader, moeder, zuster en broer
zijn ijkpunten voor een kerstcauserie waarin Meijsing zich, ondanks een onthecht
bestaan op een Siciliaanse huurkamer, als familieman profileert. Het lijkt geen
toeval dat hij ook een libretto van Rossini citeert.
C.O. Jellema, Brieven
aan Hans-Hermann Röhrig 1955-1996. Nijmegen: Flanor, 2014. 326 p. € 25
(Beijenstraat 30 6521 EC Nijmegen uitgeverijflanor@gmail.com)
Geerten Meijsing: Boedelbeschrijving: supplement september 1975. Haarlem: de Korenmaat, 2014. 22 losse blaadjes. 75 ex. € 9 (Pb. 3316, 2001 DH Haarlem info@hofvanjan.nl) | De toetssteen. Utrecht: Boktor, 2014. 15 p. 72 ex. € 35 (Oude Gracht 234, 3511 NT Utrecht info@hinderickxenwinderickx.nl) | Dingen die nog te doen zijn. Kerstverhaal. Woubrugge: Avalon Pers, 2014. 22 p. 98 ex. € 40
| Eerder verschenen in De Parelduiker 20 (2015), nr. 1, pp. 64-65.
donderdag 19 november 2015
Stem van Valeri Perelesjin (1986) online
STEM VAN VALERI PERELESJIN (1986) ONLINE
De Russische dichter Valeri Perelesjin was in mei 1986 in Leiden op uitnodiging van de Leidse Universiteit. Bij die gelegenheid heb ik twee geluidsopnamen van hem gemaakt. Een opname stamt uit zijn kamer in het toenmalige International Centre aan het Rapenburg. Hij leest hier de Russische originelen van de gedichten die in Nederlandse vertaling zijn gepubliceerd in de heruitgave van de bundel Vanuit de verte (Leiden: De Lantaarn, 1986). Daarna leest hij nog enige gedichten naar keuze. De tweede opname is bij mij thuis gemaakt. Hier leest Perelesjin vooral gedichten uit zijn bundel Arièl' (Frankfurt am Main: Possev, 1976). Beide opnamen zijn nu opgenomen in de catalogus van de Leidse Universiteitsbibliotheek. Ze zijn ook online te beluisteren (klik hier).
Jan Paul Hinrichs
Trefwoorden: Валерий Перелешин | Лейден | Valery Valerii Pereleshin | recording | Russian poet
De Russische dichter Valeri Perelesjin was in mei 1986 in Leiden op uitnodiging van de Leidse Universiteit. Bij die gelegenheid heb ik twee geluidsopnamen van hem gemaakt. Een opname stamt uit zijn kamer in het toenmalige International Centre aan het Rapenburg. Hij leest hier de Russische originelen van de gedichten die in Nederlandse vertaling zijn gepubliceerd in de heruitgave van de bundel Vanuit de verte (Leiden: De Lantaarn, 1986). Daarna leest hij nog enige gedichten naar keuze. De tweede opname is bij mij thuis gemaakt. Hier leest Perelesjin vooral gedichten uit zijn bundel Arièl' (Frankfurt am Main: Possev, 1976). Beide opnamen zijn nu opgenomen in de catalogus van de Leidse Universiteitsbibliotheek. Ze zijn ook online te beluisteren (klik hier).
Jan Paul Hinrichs
Trefwoorden: Валерий Перелешин | Лейден | Valery Valerii Pereleshin | recording | Russian poet
Abonneren op:
Posts (Atom)
