OP BOEKENJACHT MET C.J. AARTS
Cornelis Jan Aarts (1947) schrijft al jaren voor het
blad De Boekenwereld over zijn boekenpassie, hoewel hij de pose aanneemt
van iemand die dat eigenlijk niet wil: ‘Ik heb nooit last van publicatiedrift
gehad […] Als u bij toeval mijn boek Boekenjacht zelve ergens hebt
kunnen kopen en u bent er tevreden mee, ach… doe mij dan een plezier… en hou
het stil.’ Boekenjacht is een bundeling van Aarts’ bijdragen. Favoriete
onderwerpen zijn Havank, Elsschot en de Zwarte Beertjes met omslagen van Dick Bruna.
De boekenjacht blijft niet tot Nederland en Vlaanderen beperkt: ook een Elsschot-expeditie
op de Balkan hoort hierbij. Ook overleden boekenvrienden zijn geportretteerd:
Serge Sitniakowsky, Gerrit Komrij, Jan Bouman, Kees Lekkerkerker, Jan van Hattem,
en ook een obscure figuur als Herman Hoogstraat, maandaghandelaar op het Waterlooplein.
Het perfect vormgegeven
boek bevat een ongehoorde hoeveelheid omslagen en andere illustraties die het
tot een verrukkelijk plaatjesboek maken. Daarbij komen registers en additioneel
materiaal, soms zo klein gedrukt dat een vergrootglas geen overbodige luxe is. Het
is een ode aan boeken-, rommel- en verzamelaarsmarkten in het hele land, nadrukkelijk
ook aan beurzen voor het Goede Doel, ‘de Lions in Utrecht, de Rotary in Blerick
en Cuijk en de Sint-Vincentiusvereniging in Den Bosch’. Hier kunnen hele tassen
voor een paar euro volgestouwd worden: ‘De vraag is niet langer “Is dit boek de
vraagprijs waard?”, maar “Wat kunnen we dragen?”’
Wat leuk dat Aarts de al
lang verdwenen Haagse antiquariaten Couvreur en Vogel noemt: morsige, schemerige
spelonken waar, zeker voor een scholier, voor binnentreden moed nodig was. Maar
is het nodig antiquaar Wilma Schuhmacher Mathilde Ausputzer te noemen? Gecodeerde
taal die de koper van dit boek wel verstaat? Veel personen en antiquariaten krijgen
gelegenheidsnamen en staan daarmee in het register. Waarom krijgt de een dat
wel en de ander niet? Een tweede bijzonderheid van deze bundel is dat inhoud van
boeken geen rol speelt. Aarts raakt niet uitgepraat over Elsschot, maar maakt niet
duidelijk wat hem ertoe dreef een halve eeuw achter hem aan te lopen. Het papier
van Het tankschip (1942) – op ‘goed wit papier’ (boekblok 10 mm dik) of ‘houthoudend
papier’ (6 mm) – lijkt hier belangrijker dan de tekst. De boekenjager blijft
schatplichtig aan de filatelist.
De meeste indruk maakte op
mij – ex-schoolkrantredacteur en ex-student-uitgever van gestencilde boekjes – iets
heel anders: het verhaal over de drukpraktijken in de jaren zeventig en tachtig
van uitgeverij C.J. Aarts. Het ging vooral om geniete cahiers die in aparte
displays bij barmhartige boekhandels stonden. Aarts geeft een beknopte cultuurgeschiedenis
van de Nederlandse samizdat. Hij kan ze allemaal nog beschrijven: de stencilmachine
Gestetner 160, de typemachine Olivetti 82, de offsetpers Océ 220 AE, de loodzware
bolletjes-IBM waarop honderden promovendi hun proefschrift tikten, en natuurlijk
het ultieme, jaloezie opwekkende wonder: de IBM Composer. Vermoedelijk heeft Aarts
veel gehad aan de colofons van zijn eigen boekjes, waarvan, heel nuttig, de
omslagen zijn afgedrukt en een bibliografie is toegevoegd. Dat brengt ons bij de
specialist die Aarts via zijn boekenjacht uiteindelijk is geworden en die met de
bibliografie van Elsschot in vertaling Al is hun taal mij zo vreemd (2008)
de meesterproef aflegde: een uitmuntend bibliograaf, bij voorkeur voor eigen
vondsten.
Cornelis Jan Aarts, Boekenjacht.
Verhalen uit de boekenwereld. Leiden: Fragment, 2020. 248 pp. 450 ex. € 35
(uitgeverijfragment@gmail.com)
|Eerder gepubliceerd in de rubriek 'Schoon & haaks', in De Parelduiker 26 (2021), nr. 1, pp. 74-75.