vrijdag 1 november 2013

Petersburgse dichters (Recensie)

DE AARDE KENT MAAR ÉÉN HOOFDSTAD

Sint-Petersburg, Jelagin-eiland, 24 maart 1996.

Foto © Jan Paul Hinrichs

Van ‘Moskouse poëzie’ heeft nooit iemand gehoord maar in het bestaan van een specifiek Petersburgse dichterschool wordt, met name in Petersburg zelf, heilig geloofd. Onmiskenbaar bestaat er ook een Russische traditie van dichters, van Alexander Poesjkin in de vroege negentiende eeuw, over de symbolist Alexander Blok en Anna Achmatova tot aan Joseph Brodsky in recente tijd wier leven en werk onlosmakelijk met de Petersburgse architectuur en mistige sfeer waren verbonden. De Petersburgse critici Andrej Arjev en Samuil Lurje stellen in het aprilnummer van Optima dat de traditie voortleeft. Nog altijd, aldus Arjev en Lurje, zijn er dichters die het Petersburgse leven als een soort droom ervaren, die opereren op ‘een speciaal gebied tussen het zijn en het niet-zijn, tussen het leven en de dood’ en die in hun regionale isolement een teken van uitverkorenheid zien.
    De ingrediënten van het Petersburg-gevoel zijn bekend: de barokke en classicistische paleizen en kerken die volstrekt in tegenspraak zijn met de Finse moerassen waarop ze zijn gebouwd (‘Palladio aan de poolcirkel’, volgens de filosoof Fjodotov), het vreemde noordelijke licht met witte zomernachten en zwarte winterdagen, en natuurlijk de ‘spoken van de literatuur’ die in elke wijk en in elk huis wonen. Met enige verbeeldingskracht kan men zich in Petersburg een figurant voelen in een hoogst merkwaardig toneelstuk, waarin romanpersonages van Dostojevski even werkelijk zijn als het verkeer op straat. En dit is geen toeristisch cliché: Petersburgse dichters beamen dit zelf tot vervelens toe.
     Toch zijn de tijden radicaal veranderd. Petersburg is niet meer de hoofdstad van de Russische literatuur die zij in het begin van de eeuw onder Alexander Blok was. Achmatova leefde weliswaar nog decennia in Leningrad en Brodsky groeide er op, maar in het Sovjetimperium was de nieuwe hoofdstad Moskou duidelijk ook het literaire centrum. In Jeltsins Rusland bleef dat zo, zij het dat Petersburg sinds de stad weer ‘Sankt-Peterboerg’ heet wel in aanzien is gestegen. Wat de ‘nieuwe Petersburgers’ met de Moskouse collega’s van dit moment gemeen hebben, is hun tamelijk marginale maatschappelijke rol: de oplagen van literaire boeken zijn een fractie van die van enkele jaren gelden. De laatste dichtbundel van Elena Sjvarts, Mundus imaginalis (1996), verscheen in een oplage van duizend exemplaren, waarmee een Petersburgs dichter beslist aan de top zit. De essaybundel Herinneringen aan Euterpe (1996) van Aleksej Poerin heeft in een miljoenenstad een oplage van maar vijfhonderd exemplaren. Waarschijnlijk hebben Russische auteurs het ook moeilijk zich te bewijzen in een omgeving waar men tot voor kort alleen schreef voor de eigen la, een kleine achterban van ‘kenners’ of voor een onbekend buitenlands tijdschrift. Artistiek gesproken hoefde zo’n semiclandestien bestaan niet per se slecht uit te pakken. De censuur werkte een compromisloze poëtica in de hand, terwijl de vrije markt soms weer andere codes vereist die opnieuw bevochten moeten worden.
     Sergej Stratanovski (1944) is als dichter gegroeid in het ondergrondse circuit van de Brezjnev-tijd. Tot 1985 publiceerde hij alleen in emigrantentijdschriften en in Leningradse samizdat-uitagven. In Optima is in vertaling van Arthur Langeveld een cyclus ‘Kanttekeningen bij de bijbel’ opgenomen die dateert van het begin van de jaren tachtig. Hieruit spreekt duidelijk de poëtica van het ondergrondse: een zwartgallige sfeer van dreiging en afkeer van het dagelijkse leven die in een cryptische taal is gegoten.
    Elena Svjarts (1948) is van het in Optima opgenomen viertal het bekendste dankzij de dichtbundels die zij in de jaren tachtig in Amerika en Frankrijk publiceerde. Svjarts schrijft een grillige, soms naar het experimentele neigende, emotionele, religieus getinte poëzie. Haar scala aan onderwerpen en decors is tamelijk breed en varieert van uitstapjes naar het Rome van Propertius naar de alledaagse werkelijkheid in Petersburg, ‘in ijzig Hyperborea, in tuinen van beton, in gras van steen’ (vertaling Peter Zeeman). Ook woordspelingen zijn haar niet vreemd: zo noemt ze Petersburg in een gedicht ‘Pepelburg’, ofwel ‘Stad van as’.
    Tatjana Voltskaja (1960) en Aleksej Poerin (1955) horen tot de jongere generatie die ten tijde van de ‘perestrojka’ hun eerste publicaties beleefde en die poëtisch minder door de beperkingen van de censuur werd gevormd. Volstkaja, vertaald door Miriam Van hee, schrijft gedichten die evenals die van Sjvarts een duidelijk religieuze achtergrond hebben. Ze lijkt wat traditioneler en ingetogener en laat zich leiden door een subtiel natuurgevoel. Petersburgse contouren zijn op het eerste gezicht ver te zoeken, of het zou moeten zijn in de regel: ‘Mijn leven staat tegen de muur, als een kunstwerk uit de Hermitage / dat zijn kleur verloren heeft.’
     Aleksej Poerin laat zich in de vertaling van Hans Boland lezen als een dichter van aanstekelijke poëzie die op gelegenheidswerk lijkt, speels en vol verrassende associaties. De reisthematiek, bekend van Joseph Brodsky, treft men veelvuldig bij hem aan, maar zijn gedichten zijn duidelijk minder strak en psychisch geladen dan bij zijn befaamde stadgenoot. Poerin lijkt een dichter van het anekdotische moment en van het woordspel. Hij heeft ook een gedicht over Amsterdam compleet met het blozen van de dichter over wat in de vertaling ‘condomendom’ heet: een dergelijk detail zou de naar metafysica neigende Brodsky niet uit zijn pen hebben gekregen. Toch is Poerins kosmopolitisme niet uitsluitend het gevolg van de huidige reisvrijheid maar ook de weerslag van de oude sovjetrealiteit. In een gedicht over zijn diensttijd in Karelië, ‘Euraziërs’, schildert hij het bonte, multinationale karakter van het Sovjetleger, met soldaten uit alle regionen: ‘Hier in Scandinavië lijkt het Montenegro wel.’
    Het Petersburg-gevoel is niet zo maar uit elk gedicht van het viertal dichters te distilleren. Maar hoezeer Aleksej Poerin zich met de Petersburgse traditie verbonden voelt, blijkt in ieder geval uit zijn essaybundel Herinneringen aan Euterpe waarin we in een essay over de Grote Zeestraat, de geboortestraat van Vladimir Nabokov, lezen: ‘We hebben een stad waarin we ons allen “buitenlanders” voelen en waarin we “emigreren” uit het Russische leven.’ Alleen al het schrijven van een essay over zo’n straat is typisch Petersburgs, vanwege het geloof dat eruit preekt in de specifieke poëtica van de Petersburgse ruimte, ook op straatniveau. Eigenlijk vinden veel Petersburgers dat de buitenwereld hen moet benijden voor het verloren paradijs waarin ze leven, en ze genieten ook stilletjes van hun zorgvuldig gecultiveerde traditie. Arjev en Lurje zetten niet voor niets twee prachtige regels van Georgi Adamovitsj als motto boven hun stuk: ‘De aarde kende maar één hoofdstad. Al die andere waren gewoon steden.’

Rec. van Optima, nr. 54 (1997).

Jan Paul Hinrichs

| Eerder verschenen in Vrij Nederland, 19 april 1997, p. 75.

| Trefwoorden: Елена Шварц | Сергей Стратановский | Татьяна Вольтская | Алексей Пурин | Георгий Адамович | "На земле была одна столица, / Все другое - просто города."

donderdag 31 oktober 2013

Langs Bulgaarse kloosters in 1998

LANGS BULGAARSE KLOOSTERS 

Van 31 oktober 2013 tot 26 oktober 2016 stond hier de cyclus 'Langs Bulgaarse kloosters' die niet eerder was gepubliceerd. De tekst is inmiddels in druk verschenen in: Jan Paul Hinrichs, Brief uit Vidin (Nijmegen: Flanor, 2de druk 2015). De tekst is uit het blogbericht verwijderd maar de foto's staan er nog.


Het klooster van Rozjen, 1998.

Foto Jan Paul Hinrichs





Het klooster van Trojan, 1998.

Foto Jan Paul Hinrichs




Het klooster van Tsjerepisj, 1998.

Foto Jan Paul Hinrichs
 

Het klooster van Osenovlak, "De Zeven Tronen".

Foto Jan Paul Hinrichs

Preobrazjenski-klooster bij Veliko Tarnovo, 1998.

Foto Jan Paul Hinrichs

Sveta Troitsa-klooster bij Veliko Tarnovo, 1998.

Foto © Jan Paul Hinrichs
     

Het klooster van Batsjkovo, april 1991.

Foto Copyright © Jan Paul Hinrichs
     



           

zondag 27 oktober 2013

"Senhor Valério": Russische vertaling

SENHOR VALÉRIO IN RUSSISCHE VERTALING

Valeri Perelesjin in Gouda, mei 1986
Валерий Перелешин в Гауде, май 1986 г.

Foto Copyright © Jan Paul Hinrichs
In 2011 publiceerde Uitgeverij Flanor in Nijmegen Senhor Valério. In dit boekje, inmiddels in herziene versie herdrukt bij uitgeverij De Wilde Tomaat, is beschreven hoe ik via een korte ontmoeting met de Russische vertaler Jevgeni Vitkovski in Moskou in 1978 in contact kwam met de in Rio de Janeiro woonachtige Russische dichter Valeri Perelesjin (1913-1992). Het was het begin van decennia aan publicaties en onverwachte ontwikkelingen die voortduren tot op de dag van vandaag.  Het is de bedoeling dat een Russische vertaling van een bijgewerkte versie van dit boekje in het driedelige verzameld werk van Perelesjin wordt opgenomen dat momenteel in Moskou persklaar wordt gemaakt. Ondertussen is de tekst onder de titel ‘Vospominanija o «sen’ore Valerio»’ in de vertaling van Jevgeni Vitkovski alvast compleet verschenen in het literaire tijdschrift Zarubežnye zadvorki (Za-Za), No. 5, 2013, pp. 3-28.

Naschrift: De Russische tekst is compleet afgedrukt in het bericht van 10 juni 2014. 

Trefwoorden: Валерий Перелешин | Воспоминания о «сеньоре Валерио» | Ян Паул Хинрихс | Евгений Витковский | Зарубежные задворки | Valery Valerii Pereleshin

donderdag 24 oktober 2013

Nicolaas van Wijk: dertien foto's

NICOLAAS VAN WIJK: DERTIEN FOTO'S UIT TSJECHIË EN BULGARIJE

Toen ik in de jaren 2003 en 2004 een biografie van Nicolaas van Wijk (1880-1941) schreef, waren nog maar heel weinig mensen in leven die hem goed gekend hadden. Een uitzondering was Alena Maxová (1920-2013),  dochter van Prokop Maxa (1884-1961) die in 1920-1921 gezant van Tsjechoslowakije in Den Haag was. Later was hij gezant in Warschau en Sofia. Alena, die in Den Haag is geboren, kende Van Wijk vooral van de talrijke zomers die deze met de familie Maxa doorbracht in Tsjechoslowakije, Polen en Bulgarije.  Ze heeft me veel informatie gestuurd, waarvan ook in de biografie gebruik is gemaakt (zie Vader van de slavistiek. Leven en werk van Nicolaas van Wijk (1880-1941), Amsterdam: Bas Lubberhuizen, 2005, p. 238 e.v.). Ook leverde ze foto's waarvan er een is gepubliceerd in het boek (p. 238). Eerder dit jaar is Alena Maxová, die lang werkte als vertaalster van Bulgaarse en Engelse literatuur, in Praag overleden.
    Hierbij publiceer ik dertien foto's die Alena Maxová in 2004 schonk. Ze tonen ons Van Wijk in informele situaties: materiaal dat we uit andere bron niet kennen.

Jan Paul Hinrichs


1

Nicolaas van Wijk in Tsjechoslowakije, 1922.

Foto © Collectie Jan Paul Hinrichs
 
2
Van Wijk met Marie Maxová en (van l. naar r.)
haar neef Jan en kinderen Alena en Prokop,
Noord-Bohemen, 1923.

Foto © Collectie Jan Paul Hinrichs

3


 Nicolaas van Wijk en Marie Maxová en haar
kinderen (van l. naar r.) Jan, Alena en Prokop
in Noord-Bohemen, 1923.
 
Foto © Collectie Jan Paul Hinrichs
 
4

Nicolaas van Wijk, Prokop Maxa en diens zoon Jan, ca. 1925.

Foto © Collectie Jan Paul Hinrichs

5
Nicolaas van Wijk en de familie Maxa, ca. 1925.

Foto © Collectie Jan Paul Hinrichs


6

Nicolaas van Wijk, Prokop Maxa en diens kinderen Alena en Vojta,
Tsjechoslowakije, 1931.

Foto © Collectie Jan Paul Hinrichs

7

Nicolaas van Wijk, tweede van links, met de heer Piras (chauffeur),
Vojta Maxa, Marie Maxová, Alena Maxová en Prokop Maxa.
in het Rila-gebergte, Bulgarije, 1931.

Foto © Collectie Jan Paul Hinrichs
 
8
 
Nicolaas van Wijk (met wandelstok) bij een bezoek aan een klooster,
Bulgarije, jaren dertig.

Foto © Collectie Jan Paul Hinrichs
 
9

Nicolaas van Wijk (rechts) in het vrouwenklooster van
Arbanasi, Bulgarije, 1933.

Foto © Collectie Jan Paul Hinrichs

     10

Nicolaas van Wijk en de familie Maxa in Bulgarije,
jaren dertig.

Foto © Collectie Jan Paul Hinrichs
 
11
 
Nicolaas van Wijk bezoekt met de familie Maxa een klooster
in Bulgarije, juli 1936.

Foto © Collectie Jan Paul Hinrichs
 
12
Nicolaas van Wijk met  (van l. naar r.) Prokop Maxa jr, Marie Maxová,
Prokop Maxa en Jan Maxa.

Foto © Collectie Jan Paul Hinrichs 

13

Nicolaas van Wijk, Prokop Maxa en andere familieleden,
Tsjechoslowakije.

Foto © Collectie Jan Paul Hinrichs

__________________________________________________________________

| Klik op het label hieronder voor een overzicht van meer berichten over Nicolaas van Wijk op deze blog.
 

vrijdag 4 oktober 2013

Nicolaas van Wijk: bibliografie

BIBLIOGRAFIE VAN NICOLAAS VAN WIJK: AANVULLINGEN

A. Geschriften van Nicolaas van Wijk


De lange gang waar de bibliotheek stond in het
voormalige woonhuis van Nicolaas van Wijk,
Nieuwstraat 36, Leiden, 8 september 2012.

Foto © Jan Paul Hinrichs

In Vader van de slavistiek. Leven en werk van Nicolaas van Wijk (1880-1941) (Amsterdam: Bas Lubberhuizen, 2005), p. 344 publiceerde ik een lijst van twaalf publicaties van Nicolaas van Wijk die in de bibliografie van P.C. Paardekooper en C.H. van Schooneveld (1942) en in de lijst van aanvullingen daarop van Jos Schaeken (1988) ontbreken. Aan deze lijst uit 2005 kunnen inmiddels vijf niet eerder gesignaleerde publicaties worden toegevoegd:

[Ingezonden brief onder kop: De leiders der hulpactie schrijven ons], De Avondpost [Bijblad: Voor Hongerend Rusland], 1.3.1922. 

‘Algemene beschouwingen over de jongste Russische letterkunde’. Het Vaderland, 4.12.1927, p. 2-3 (Ochtendblad B).

 ‘Studentenjeugd in Sovjet-Rusland’. Het Vaderland, 26.11.1930, p. 4 (Ochtendblad B). Niet ondertekend.

 ‘Zur Grenze des Ost- und Westbulgarischen’. In K. Mirčev (ed.), Čuždestranni učeni za jugozapadnite bălgarski govori, Sofija: Izdatelstvo na Bǎlgarskata Akademija na Naukite, 1979, p. 101-104 [=Herdruk van artikel in Archiv für slavische Philologie 39 (1925), p. 212-216].

‘Les langues slaves du Sud’. In K. Mirčev (ed.), Čuždestranni učeni za jugozapadnite bălgarski govori, Sofija: Izdatelstvo na Bǎlgarskata Akademija na Naukite, 1979, p. 250-253 [=Herdruk van deel van artikel in  Le monde slave 14 (1937), 4, p. 76-101].
B. Geschriften over Nicolaas van Wijk



De werkkamer van Nicolaas van Wijk, Nieuwstraat 36,
Leiden, 8 september 2012. Hier moet, volgens de
 overlevering, prinses Juliana als studente  viool hebben
gespeeld en lag Van Wijk opgebaard na zijn dood
 bij een Russische rouwmis.

Foto © Jan Paul Hinrichs

In onderstaande lijst staan vooral publicaties over Van Wijk of boeken en artikelen met verwijzingen naar hem die verschenen na het verschijnen van Vader van de slavistiek (hier bij recensies aangeduid als Hinrichs 2005) en de  iets uitgebreidere Engelse uitgave Nicolaas van Wijk (1880-1941): slavist, linguist, philantropist (Amsterdam-New York: Rodopi, 2006; hier bij recensies aangeduid als Hinrichs 2006). Enige publicaties waren me eerder ontgaan, zoals de recensie van A.J. Fehr jr. uit 1906 en die van Popivanova uit 1990.


Ackermann, Ekaterina. 'Novyj vzgljad na pravilo N. Van-Vejka', in M.V. Oslon (ed.), Balt0-slavjanskaja akcentologija: Materialy VII meždunarodnogo seminara. Moskva: Jazyki slavjanskoj kul'tury, 2016, pp. 14-28. 


Aneva, Sǎbina. ‘Van Vejk, Nikolas’. In A.L. Miltenova et al. (eds.), Čuždestranna bǎlgaristika prez XX vek: enciklopedičen spravočnik. Sofija: Marin Drinov, 2008, p. 80-81.

Bercken, Wil van den. ‘Dostojevski als literair thema in het dagboek van Etty Hillesum’. Tijdschrift voor Slavische literatuur, nr. 52 (2009), p. 14-25.

Bercken, Wil van den. ‘Etty Hillesum’s Russian vocation and spiritual relationship to Dostoevsky’, in: Klaas A.D. Smelik, Ria van den Brandt & Meins G.S. Coetsier (eds.), Spirituality in the writings of Etty Hillesum: Proceedings of the Etty Hillesum conference at Ghent University, November 2008, Leiden-Boston: Brill (Supplements to The Journal of Jewish Thought and Philosophy; 11), p. 147-171.

Berkel, Klaas van & Stefan van der Poel (eds.), Nieuw licht op Leo Polak (1880-1941): filosoof van het vrije denken (Hilversum: Verloren: 2016), p. 104 [=foto van een familiediner van Leo Polak, waarbij Nicolaas van Wijk, ongeïdentificeerd in het onderschrift, vooraan rechts zit, tegenover Leo Polak die vooraan links zit]

Booij, Geert. ‘Nicolaas van Wijk en de brede bachelor’ [N.a.v. Hinrichs 2005]. Forum. Nieuwsbrief van de Faculteit der Letteren, no. 1. ( http://www.letteren.leidenuniv.nl/forum/index.php3?m=322&c=287)

Cygankov, A.S. & Tereza Obolevič, Nemeckij period filosofskoj biografii S.L. Franka (novye materialy). Moskva: IF RAN, 2019 [p. 89, p. 91, p. 224]. 

Daalder, Saskia. ‘Wat aan de AVT voorafging: de Nederlandsche Phonologische Werkgemeenschap’. In Saskia Daalder, Ad Foolen, Jan Noordegraaf, Taalwetenschap in Nederland. Zestig jaar AVT (1950-2010), Amsterdam-Münster: Stichting Neerlandistiek VU / Nodus Publikationen, 2010, p. 7-42.

Derksen, Rick. ‘Van Wijk als grondlegger van de Nederlandse baltistiek (I/II)’. Baltische wijzer 24 (2015), nr. 92, p. 24-26.  

Derksen, Rick. ‘Van Wijk als grondlegger van de Nederlandse baltistiek (II/II)’. Baltische wijzer 24 (2016), nr. 94, p. 20-23.  

Detrez, Raymond. ‘«Balgarite izobšto ne sa chora samo na prikazki». Vpečatlenija za Balgarija ot cholandskija slavist Nikolas van Vejk’. Istoričeski pregled 68 (2012), pp. 231-257.

Detrez, Raymond. ‘Cholandskijat ezikoved Nikolas van Vejk (1880-1941) i prinost mu km (staro)balgaristika’. Ezikov svjat = Orbis linguarum 16 (2018), 2, pp. 71-79.

Driel, Lo van. ‘Van Wijk’ [Rec. Hinrichs 2005]. Provinciale Zeeuwse Courant, 15.02.2006, p. 27.


Elson, Mark J. [Rec. Hinrichs 2006]. Canadian Slavonic Papers 48 (2006), 420-421.


Fehr Jr., A.J. [Rec. van N. van Wijk, De Nederlandsche taal, Zwolle 1906].  Museum 14 (Oct. 1906), kol. 27-30.

Genee, Inge & Jan Paul Hinrichs. ‘Introduction’. In Inge Genee & Jan Paul Hinrichs (eds.), C.C. Uhlenbeck (1866-1951): a linguist revisited. Themanummer Canadian Journal of Netherlandic Studies 31-2/32-1 (2008-2009), p. 1-9.

Gribble, Charles [Rec. Hinrichs 2006]. Slavic and East European Journal 52 (2008), p. 337.

Havránková, Marie (ed.). Pražský lingvistický kroužek v korespondenci. Bohuslav Havránek, Roman Jakobson, Vilém Mathesius, Jan Mukařovský, Bohumil Trnka, Miloš Weingart: korespondence z let 1923-1970. Praha: Academia, 2008.

Hinrichs, Jan Paul. ‘De correspondentie van Nicolaas van Wijk’. In Paul Hoftijzer. Kasper van Ommen, Geert Warnar en Jan Just Witkam (eds.), Bronnen van kennis. Wetenschap, kunst en cultuur in de collecties van de Leidse Universiteitsbibliotheek. Leiden: Primavera Pers, 2006, p. 255-262.

Hinrichs, Jan Paul. ‘De meerwaarde van de overdruk: C.C. Uhlenbeck, N. van Wijk en hun verloren gewaande correspondentie’. In : Kasper van Ommen e.a. (eds.), Aangeraakt: boeken in contact met hun lezers.: een bundel opstellen voor Wim Gerritsen en Paul Hoftijzer. Leiden: Scaliger Instituut / Universiteitsbibliotheek (KP; 75), p. 251-256.

Hinrichs, Jan Paul. ‘Nicolaas van Wijk: een biografie revisited’. Groniek: Historisch Tijdschrift, nr. 183, 2009, p. 219-216.

Hinrichs, Jan Paul. 'Nicolaas van Wijk: terugblik op een biografie', in Jan Paul Hinrichs, Brief uit Vidin. Nijmegen: Flanor, 2015, 2de gewijzigde druk 2015, p. 11-20.


Kortlandt, Frederik. 'Proto-Slavic *j, Van Wijk’s law, and ē-stems'. Rasprave Instituta za hrvatski jezik i jezikoslovlje 41/1 (2015), p. 65-76.

Kortlandt, Frederik. 'Van Wijk's law and questions of relative chronology'. Baltistica 54 (2019), p. 29-34.

Krielaers, Michiel. ‘Gezellig, een borrel bij de prof. Bij slavist Nicolaas van Wijk (1880-1941) vonden Russische vluchtelingen onderdak’ [Rec. Hinrichs 2005]. NRC Handelsblad (Boeken), 01.06.2007, p. 34.


Leidsche herinneringen van Jogjasche oud-Leidenaars. [Batavia] : ten bate van de Vereenigde Prins Bernhard- en Spitfirefondsen [ca. 1941].

Leskien, August. Tagebücher 1892-1916 (eds. Thomas Fuchs & Birgit Staude). Dresden: Thelem, 2016 (Bausteine aus dem Institut für Sächsische Geschichte und Volkskunde. Kleine Schriften zur sächsischen Geschichte und Volkskunde; 36), p. 216.

Limpens, Lei. Willy Dols 1911-1944. Een verwachting die niet in vervulling mocht gaan. Sittard-Geleen: Euregionaal Historisch Centrum Sittard-Geleen, 2011.

Louwerse, Nadja. ‘Anna Croiset van der Kop (1859-1914), pleitbezorgster van een Nederlandse leerstoel slavistiek’. Tijdschrift voor Slavische literatuur, nr. 60, 2011, p. 67-79.

Marčenko, Tat’jana. Russkie pisateli i Nobelevskaja premija (1901-1955). Köln: Böhlau, 2007 (Bausteine zur slavischen Philologie und Kulturgeschichte, N.F., Reihe A, Band 55).

Meer, Theo van der. ‘Dien Avond - en die Rooze. De veroordeling van Piet Meertens in 1941’. In: Gert Hekma & Theo van der Meer (eds.), 'Bewaar me voor de waanzin van het recht'. Homoseksualiteit en strafrecht in Nederland.  Diemen: AMB, 2011, p. 123-133.

Nagel, Alexandra. ‘”Met 26 jaar opnieuw beginnen … is niet mogelyk”: een portret van Jan Bool, Etty Hillesums studiegenoot’. In Klaas A.D. Smelik (ed.), Etty Hillesum 1914-2014. Antwerpen: Garant, 2014, pp. 151-165. 

Nederlands-Vlaamse Slavistendagen Universiteit Leiden, 15 en 16 juni 2006: overzicht van bijdragen [Leiden 2006].

Otterspeer, W. Het horzelnest. De Leidse universiteit in oorlogstijd. Amsterdam: Prometheus, 2019.

Overman, Rogier. Een welkom academisch gezelschap. Geschiedenis van de Amsterdamse Universiteits-Vereniging 1889-2007. Amsterdam: Aksant, 2008.

Pierzchała, Henryk. Pomocne dłone europejczyków (1939-1945). Kraków: Wydawnictwo i Poligrafia Pijarów, 2005.

Pijnenburg, W.J.J. ‘Wijk, Nicolaas van’. In Harro Stammerjohann (ed.), Lexicon grammaticorum: a bio-bibliographical companion to the history of linguistics. Tübingen: Max Niemeyer Verlag, 20092, p. 1639-1640.


Popivanova, Antonija. ‘Nikolas Van Vejk – žitejski i tvorčeski pat’. Palaeobulgarica 14 (1990), 2, pp. 112-115.

Regenhardt, Jan Willem. Mischa’s spel en de ondergang van familie Hillesum. Amsterdam : Balans, 2012.

Sanders, Ewoud. [Rec. Hinrichs 2005]. In ‘Ramsj’. NRC Handelsblad, 13.03.2009, Boeken, nr. 11, p. 15.

Schaeken, Jos. ‘’Weest voor alles Neerlandici!’. Nicolaas van Wijk (1880-1941), slavist’ [Rec. Hinrichs 2005 en 2006]. Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde 123 (2007), p. 251-257.

Schoonheim, Pieter. ‘J. Ginsberg: antiquaar en boekverkoper’. Frons 28 (2008), nr. 2, p. 20-24.

Šmelev, I.S. Perepiska s O.A. Bredius-Subbotinoj. Neizvestnye redakcii proizvedenij, 3 (dopolnitel’nyj, č. 1). Moskva: ROSSPÈN, 2005.

Solnceva, N.N. Ivan Šmelev: žizn’ i tvorčestvo. Žizneopisanie. Moskva: Èllis Lak, 2007.

Stroom, G.P. van der. Jac. van Ginneken onder vuur. Over eigentijdse en naoorlogse kritiek op de taalkundige J.J.A. van Ginneken S.J. (1877-1945). Münster: Nodus Publikationen, 2012 (Uitgaven Stichting Neerlandistiek VU; 68).

Toman, Jindřich (ed.), Letters and other materials from the Moscow and Prague Linguistic Circles, 1912-1945. Ann Arbor: Michigan Slavic publications, 1994 (Cahiers Roman Jakobson; 1).

Trubeckoj, N.S. Pis’ma k P.P. Suvčinskomu 1921-1928 (ed. K.B. Ermišina). Moskva: Biblioteka-fond “Russkoe Zarubež’e: Russkij put’, 2008.

Trümper, Hellen. ‘Nicolaas van Wijk: vader van de slavistiek’ [Rec. Hinrichs 2005]. Levende Talen Magazine 93 (2006), nr. 3, p. 28-29.

Vaan, Michiel de. 'Schrijnens Handleiding honderd jaar'. http://www.neerlandistiek.nl/2017/03/schrijnens-handleiding-honderd-jaar/#more-12931 (2 maart 2017).

Verhaar, Peter. ‘Nicolaas van Wijk: Slavist, taalkundige en filantroop’ [Rec. Hinrichs 2006]. Doelwit. Personeelsblad van de Universiteitsbibliotheek Leiden 22 (2006), p. 47-49.

Voskuil, J.J. Het Bureau, 3. Plankton. Amsterdam: G.A. van Oorschot, 1997 [p. 604].

Weijts, Christiaan.  ‘Mysterieuze oerfiguur. Biografie van Leidse slavist en rector-magnificus Nicolaas van Wijk (1880-1941)’  [=Interview met J.P. Hinrichs]. Mare 29, nr. 10 (10.11.2005), p. 9.

Willemsen, Cees. ‘Vader, zoon en geest van de slavistiek. Twee Nederlandse slavisten en ‘de Rus’’ [Rec. Hinrichs 2005 en Hans Boland, Mijn Russische ziel, Amsterdam, 2005]. Trouw, 11.02.2006, p. 19 (Letter & Geest).

Willemsen, Cees [Rec. Hinrichs 2005 en Hans Boland, Mijn Russische ziel, Amsterdam, 2005]. Tijdschrift voor Slavische literatuur, nr. 43, 2006, p. 75-77.

Withuis, Jolande. Juliana: vorstin in een mannenwereld. Amsterdam: De Bezige Bij, 2016.

Wortel, Dick. ‘In memoriam dr. F. de Tollenaere’. Neerlandia / Nederlands van Nu 114 (2010), nr. 1, p. 38.

Jan Paul Hinrichs

| Klik op het label hieronder voor een overzicht van meer berichten over Nicolaas van Wijk op deze blog.


vrijdag 13 september 2013

Nikolaj Morsjen: Gedicht (2) (Vertaling)

NIKOLAJ MORSJEN - GEDICHT
 
Krachtig beitelden
gletsjers en morenen
tastbare vormen
in de korst van de aarde
lang voor de eerste beeldhouwer werd geboren.

Luid zongen
moessons en passaten
duidelijke melodieën
in de lucht van de aarde
lang voor de eerste muzikant werd geboren.

Weelderig tekenden
de dageraad en schemering
heldere strepen
in de hemel van de aarde
lang voor de eerste schilder werd geboren.

Alleen gedichten
zijn tegelijk met de mens geboren,
blindelings,
onbekend waar.

Een voorbeeld: Homerus.
 

Uit het Russisch vertaald door Jan Paul Hinrichs

| Eerder gepubliceerd in Jan Paul Hinrichs, Verbannen muze. Vijftien essays over schrijvers van de Russische emigratie (Leiden: De Slavische Stichting, 1990), pp. 165-166.
 
Zie het bericht van 18 november 2012 voor een ander gedicht van Morsjen in vertaling.