zaterdag 26 februari 2022

Schoon & haaks [afl. 38]

SCHOON & HAAKS [AFL. 38]

 In De Parelduiker staat vanaf nummer 2 van de jaargang 2014 de rubriek ‘Schoon & haaks’ waarin ik publicaties van privédrukkers en marginale uitgevers bespreek. In de achtendertigste aflevering (2022, nr. 1) staan recensies van de volgende boeken:

·    Jaap van der Bent, De dichter die het niet wilde zijn. Leven en werk van Louis Lehmann. Enschede: AFdH, 2021.

·    Erik Bindervoet, Gij zult niet bloemlezen. Een keuze uit de poëzie van Louis Lehmann. Enschede: AFdH, 2021.

·    Klaas Ruitenbeek e.a., F.C. Terborgh, China en de VVAK. Themanummer van Aziatische kunst 51 (2021), nr. 4.

·    Niels Bokhove & Arne Zuidhoek, De laatste levensmaanden van H. Marsman: een kroniek. Utrecht: Salon Saffier, 2021.

·    Johann Wolfgang Goethe, Het Dagboek. Vert. Ard Posthuma. Woubrugge: Avalon Pers, 2021.

·    Johann Wolfgang Goethe, Urworte. Orphisch. Vert. Ard Posthuma. Woubrugge: Avalon Pers, 2021.

| Zie verder: Jan Paul Hinrichs, ‘Schoon & haaks’, De Parelduiker 27 (2022), nr. 1, pp. 71-76.

donderdag 9 december 2021

Periklís Sfyridis: Blauwe en rode ziel (Recensie verschenen)

PERIKLIS SFYRIDIS: BLAUWE EN RODE ZIEL (RECENSIE VERSCHENEN)

In Lychnari, het tijdschrift over het hedendaagse Griekenland, verscheen een recensie van de roman Blauwe en rode ziel van Periklís Sfyridis.

| Zie Jan Paul Hinrichs, 'Familiekroniek uit Thessaloniki' [=Rec. van Periklis Sfyridis, Blauwe en rode ziel. Een Grieks leven onder bezetting, burgeroorlog en dictatuur (vert. Anneke de Reuver & Hero Hokwerda). Groningen: Ta Grammata, 2021], in Lychnari. Verkenningen in het Griekenland van nu 35 (2021), nr. 4, p. 57.

donderdag 2 december 2021

Schoon & haaks [afl. 37]

SCHOON & HAAKS [AFL. 37]

In De Parelduiker staat vanaf nummer 2 van de jaargang 2014 de rubriek ‘Schoon & haaks’ waarin ik publicaties van privédrukkers en marginale uitgevers bespreek. In de zevenendertigste aflevering (2021, nr. 5) staan recensies van de volgende boeken:

·    Periklis Sfyridis, Blauwe en rode ziel. Een Grieks leven onder bezetting, burgeroorlog en dictatuur (vert. Anneke de Reuver & Hero Hokwerda). Groningen: Ta Grammata, 2021.

·    Diederik Gerlach, Jazzkarton. Leiden: Fragment, 2021.

·    F.B. Hotz, Stralend koper. Paul Whiteman in Nederland. Kalmthout: De Carbolineum Pers, 2021.

·    Jean Frins, Gendelettre. De vormende jaren van Frans Erens, 1857-1893. Landgraaf: Moddersproak, 2021.

·    Arie van der Ent (vert.), De laatste repercussies uit het Russisch. Rotterdam: Woord in Blik, 2021.

| Zie verder: Jan Paul Hinrichs, ‘Schoon & haaks’, De Parelduiker 26 (2021), nr. 5, pp. 71-76.

vrijdag 15 oktober 2021

Schoon & haaks [afl. 36]

 SCHOON & HAAKS [AFL. 36]

In De Parelduiker staat vanaf nummer 2 van de jaargang 2014 de rubriek ‘Schoon & haaks’ waarin ik publicaties van privédrukkers en marginale uitgevers bespreek. In de zesendertigste aflevering (2021, nr. 4) staan recensies van de volgende boeken:

·    J.H. Speenhoff, Zeven dagen oorlog. ’s-Gravenhage: Statenhofpers, 2021.

·    Giorgio Faggin, Neerlandica. J.H. Speenhoff e J. de Valckenaere. Vicenza: Tipografia Editrice Esca, 2018.

·    C.C.S. Crone, Alweer regen. ’s-Gravenhage: Statenhofpers, 2021.

·    Herman Gorter, Mei / May. Een gedicht. Vert. Paul Vincent. Nijmegen: Flanor, 2021.

·    De Totale Gorter. Utrecht: Kelderuitgeverij, 2021.

| Zie verder: Jan Paul Hinrichs, ‘Schoon & haaks’, De Parelduiker 26 (2021), nr. 4, pp. 71-76.

donderdag 14 oktober 2021

Daniil Charms: Ik liep in de Zjoekovskistraat (vertaling verschenen)

DANIIL CHARMS: NIEUWE VERTALING VERSCHENEN

In Utrecht verscheen bij antiquariaat Hinderickx & Winderickx een nieuwe vertaling van Daniil Charms: Ik liep in de Zjoekovskistraat & andere fragmenten. Het gaat hier om proza van Charms dat nooit eerder in het Nederlands in vertaling verscheen. De oplage bedraagt 75 exemplaren (55 gebrocheerd en 20 gebonden).


| Zie verder: Daniil Charms, Ik liep in de Zjoekovskistraat & andere fragmenten. Vertaald [en van een nawoord(je) voorzien] door Jan Paul Hinrichs. Utrecht: Hinderickx & Winderickx, 2021. 

 

dinsdag 12 oktober 2021

Martine Cuyt: Liefdevol opgedragen (Recensie)

ELSSCHOTS OPDRACHTEN GEBUNDELD

Martine Cuyt (1966) bundelt in Liefdevol opgedragen alle door haar gevonden opdrachten die Willem Elsschot alias Alfons De Ridder (1882-1960) schreef in zijn boeken. Ze heeft er vierhonderd verzameld uit de jaren 1913-1960, voornamelijk in boeken uit privébezit. Dit was onmogelijk geweest zonder de medewerking van talrijke verzamelaars, onder wie, als grootaandeelhouders, de ‘usual suspects’ Cyriel Van Tilborgh en Thijs Wierema. Bij vijftig opdrachten ontbraken voldoende gegevens ter duiding, maar driehonderdvijftig opdrachten aan honderddertig ontvangers zijn facsimile afgedrukt, met een inleidend stukje over de persoon aan wie ze gericht zijn. Zo ontstaat een in veel opzichten genuanceerder beeld van Elsschots omgeving dan een biografie kan bieden. Het opent met ‘het koninginnenstuk’, de geschreven opdracht in de debuutroman  Villa des Roses (1913) aan Anna van der Tak die ook in druk de opdracht kreeg. Het exemplaar veranderde in 2009 ‘voor de prijs van een auto van eigenaar’. Elsschot schreef minimalistische, enigszins formele opdrachten, waar soms enige ontwikkeling in zit. Ary Delen, die twee weken na hem overleed zonder te weten dat zijn oude vriend Fons was overleden, noemt hij in de jaren 1913-1934 steeds met voor- en achternaam, waarbij hij ondertekent als De Ridder, niet als Elsschot. Pas in 1946 is het familiair ‘Aan Ary / Fons’, tevens de kortste opdracht uit het boek. Onze Greshoff, Ter Braak, Carmiggelt, Georgette Hagedoorn en Jan Vellerius ontbreken uiteraard niet, maar veruit de meeste achterhaalde opdrachten gaan naar Vlamingen, waaronder veel naar kinderen en kleinkinderen van Elsschot. Zonder ingang in dit uitgebreide familienetwerk had Martine Cuyt dit boek niet kunnen maken. Ook politici, burgemeesters en bankdirecteuren duiken op die ons wat zeggen over De Ridders netwerk als reclameman: zijn eigenlijke werk. Netwerk blijft hier het sleutelwoord: dit is een man die allereerst een netwerk had, en en passant wat schreef, uiteraard op basis van ervaringen binnen dit netwerk.

De betekenis van dit met veel energie en monnikengeduld samengestelde boek is eerder biografisch dan literair-historisch, want weinig opdrachten voegen iets toe aan het begrip van Elsschots werk, of zijn tekstueel intrigerend. Het interessantst is de langste teruggevonden opdracht aan een zekere Robert Cuvillier, waarbij ik, aangezien Cuyt nauwelijks informatie over deze persoon geeft, aanvankelijk dacht aan een mystificatie. Hier wordt, uitzonderlijk, aan gezamenlijk kroegbezoek herinnerd, en, even uitzonderlijk, aan een dichtregel van Paul Verlaine. Verrassingen? Misschien oud-premier Barend Biesheuvel, maar mogelijk ging dat om een exemplaar dat ten behoeve van een verwachte ontmoeting op een receptie vooraf op verzoek van Elsschots schoonzoon Georges Kelner was gesigneerd. Wat had ‘mooie Barend’ met Elsschot? Joop den Uyl was betekenisvoller geweest. Dit neemt niet weg dat dit een uniek, voorzover ik weet rond geen enkele andere schrijver gemaakt naslagwerk is, voorzien van een spectaculaire bronnenlijst, dat de fan niet minder in de hand zal nemen dan een biografie. Tegelijkertijd schudt deze uitgave menigeen wakker die weet van opdrachten of zoekt naar opdrachten die er niet in staan. Cuyt heeft naar eigen zeggen overigens nauwelijks iets teruggevonden van handtekeningen op signeersessies van Elsschot in boekhandels, op boekenbeurzen of na afloop van lezingen.

Martine Cuyt, Liefdevol opgedragen. Geschreven boekopdrachten van Willem Elsschot. Antwerpen: Vrijdag, 2020. 494 p. € 30 (www.uitgeverijvrijdag.be)

| Eerder verschenen in de rubriek 'Schoon & haaks', De Parelduiker 25 (2020), nr. 4, pp. 62-63.

Arie van der Ent: Repercussies uit het Russisch (Recensie)

 GRASDUINEN IN RUSSISCHE POËZIE

De afgelopen halve eeuw is ontzaglijk veel Russische poëzie in het Nederlands vertaald. De bloemlezingen van Berg en Wiebes (1997) en Weststeijn en Zeeman (2000) blijven waardevol, maar zijn aan een opvolger toe: niets veroudert zo snel als Russische poëzie in berijmde vertaling. Vertalers hadden steeds een opvallende voorkeur voor dichters die in de Sovjettijd gecensureerd werden, in het  kamp verdwenen, zelfmoord pleegden of werden verbannen: Achmatova, Mandelstam, Tsvetajeva, Brodsky en anderen. De disproportionele aandacht voor een beperkt aantal dichters was eigenlijk verkapte gemakzucht, want de Russische poëzie is rijk genoeg om talloze andere dichters op hetzelfde niveau mee te laten draaien. 

Arie van der Ent (1956) vertaalt al tientallen jaren Russisch proza, het ene boek na het ander, niet altijd de meest dankbare titels. Enkele jaren geleden heeft zijn weg hem gevoerd naar Kyiv. Het lijkt een gouden greep, want hij is actiever dan ooit. De Rotterdamse uitgeverij Woord in blik van vormgever Joop Steenkamer jr., voortgekomen uit uitgeverij Douane, heeft in korte tijd zo’n tien vertaalde titels van Van der Ent uitgegeven, waaronder drie Russische poëziebloemlezingen. Een verfrissende, anti-canonieke aanpak blijkt al uit de weinig traditionele titels van zijn bloemlezingen: Repercussies uit het Russisch, met gedichten van dertig dichters op ruim driehonderd bladzijden, Meer repercussies uit het Russisch en Nog meer repercussies uit het Russisch, beide met honderd gedichten van honderd dichters. Niet Poesjkin en Achmatova zijn het sterkst vertegenwoordigd, maar Tjoettsjev, Fet, Chodasevitsj en Charms: een ongebruikelijke maar geen extreme interpretatie. Schijnbare incorrectheid schuwt Van der Ent niet: in de bundel met dertig dichters ontbreken vrouwelijke dichters, dus ook Tsvetajeva en Achmatova. 

Van der Ent volgt zijn instinct en vertaalt wat hem bevalt. Zo krijgen we in deze drie boeken tweehonderddertig dichters van wie er zo’n honderdvijftig in de oude bloemlezingen ontbreken. Ze zijn allemaal ingeleid met een portret en schets van leven en werk. Zo ontmoeten we de aforismenspecialist uit Parijs Don-Aminado, de Zwitsers-Russische baron Anatoli Steiger, de in Ravensbrück omgekomen non Moeder Maria en de ex-ballerina Agnia Barto, bekend van Moskouse radioprogramma’s. Deze bloemlezingen laten de Russische poëzie in haar geografische diversiteit zien, met stevige bijrollen voor Odessa, Georgië en de emigratie. Op zo’n hoeveelheid kan niet elke berijmde vertaling uitgesproken geslaagd zijn, maar we lezen veel treffends, zoals bij Tjoettsjev het welbekende vers: ‘Bij Rusland hapert je verstand, / gewone maten staat het boven: / het is een wonderlijke klant – / in Rusland kun je slechts geloven.’ 

Ondertussen kijken we met enig mededogen zuidwaarts naar Antwerpenaar Emmanuel Waegemans, de onvermoeibare bibliograaf van de Russische literatuur in Nederlandse vertaling (zie dit blad 2017/1) die tureluurs moet worden van het zoeken naar de originelen bij tweehonderddertig dichters. En dan te bedenken dat uitgever Steenkamer nog een vierde deel plant. Over zijn bronnen zegt Van der Ent niets specifieks. Dat past bij deze gedurfde, kennelijk zonder subsidie en met veel inzet uitgegeven boeken waarin het heerlijk grasduinen is. Het zou me verbazen als uitgever en vertaler niet broeden op een gebundeld eindproduct: de ‘Dikke Van der Ent’. Wel noem ik nog twee grote, naar de Verenigde Staten uitgeweken dichters die ik mis: Nikolaj Morsjen en Ivan Jelagin, beiden langdurig woonachtig in Van der Ents standplaats Kyiv. Jelagins vader Venedikt Mart, in 1937 in Kyiv doodgeschoten, staat er overigens wel in: weer zo’n naam die elders niet gauw opduikt.

Arie van der Ent (vert.), Repercussies uit het Russisch. 2019. 335 p. € 19,99 | Meer repercussies uit het Russisch. 2020. 223 p. € 17,50 | Nog meer repercussies uit het Russisch. 2020. 223 p. € 17,50 (uitgaven van Woord in blik, Rotterdam steenkamer@steenkamerdesign.nl)

| Eerder verschenen in de rubriek 'Schoon & haaks', De Parelduiker 25 (2020), nr. 4, pp. 60-61.