dinsdag 11 september 2018

Bertus Smit en Maarten Doorman (Recensies)

BERTUS SMIT EN MAARTEN DOORMAN
 
In De man met vele namen publiceert Willem Huberts (1953) in de Flanor-reeks een leerzame biografische schets van avonturier Bertus Smit (1897-1994), wiens rol in de literatuurgeschiedenis zich beperkt tot dichtbundels in het Esperanto. Hij is  auteur van ongepubliceerde geschriften over het Nederlandse fascisme, een onderwerp waarop Huberts onlangs promoveerde. Smit richtte in 1931 de Nationaal-Socialistische Nederlandsche Arbeiders-Partij op. Niettemin pakten de Duitsers hem wegens de anti- Hitler-brochure Führung, de dooden klagen u aan! (1936) in mei 1940 op en maakte hij de bevrijding mee als gevangene in een Duits concentratiekamp. In de tussentijd poogde hij tevergeefs begunstigend lid van de Nederlandsche SS te worden, waardoor hij een uitkering als vervolgingsslachtoffer misliep. Smit speelde een rol waarin de grens tussen collaboratie en verzet, tussen ‘goed’ en ‘fout’ moeilijk traceerbaar is. Uiteindelijk zien we hem, ook onder andere namen, terug als actievoerder tegen de metrobouw in Amsterdam, tekenaar en handelaar in relatiegeschenken. Hij tooide zich met een doctorstitel, zonder dat een dissertatie bekend is, en beweerde het onechte kind te zijn van een Duitse edelman. Smit was zo’n wonderlijk kameleontisch type die dankzij charme smetten in eigen verleden steeds wist weg te poetsen: een ouderwetse, rasopportunistische figuur die in de huidige tijd van het internet, dat immers ‘niet vergeet’, minder kans zou maken.  Of zich juist achter allerlei aliassen prima zou weten te verbergen?
         In Doormans klein handorakel bundelt filosoof Maarten Dooman (1957) bij Flanor honderd aforismen: een verraderlijk genre. In de bibliofiele sfeer heb ik twee keer een lans gebroken voor Don-Aminado, de Joods-Russische grootmeester van het aforisme. In vrijwel elk aforisme van deze vlijmscherpe cynicus schemert de achtergrond van het Parijse emigrantenbestaan door waaruit hij zijn levenservaring putte.  Doormans werk toont schijnbaar  niet zo’n  aanwijsbare band met ‘het leven’. Gelijk lijkt hij vaak te hebben, maar uiteindelijk speelt de weerbarstigheid van de taal op die vrijwel geen nieuw geslaagd aforisme toelaat. Al te algemeen, klassiek klinkend of vanzelfsprekend mag een aforisme niet zijn: ‘De waarheid is een illusie die we niet te vroeg onder ogen moeten zien.’ Geestig of al te schrander doen is gevaarlijk: ‘De meeste pepernoten worden gegeten door mensen die niet in Sinterklaas geloven.’ Woordspelingen rond bestaande spreekwoorden leveren losse flodders op: ‘Beter één kogel in de hand dan tien in de lucht.’ Ik krijg soms de neiging Doorman in te korten, zoals bij een geval van op twee gedachten hinken: ‘Een compliment van je meerdere gaat je geld kosten of tijd. En meestal allebei.’ Sterker lijkt me: ‘Een compliment van je meerdere kost je tijd’. Ondanks deze kanttekeningen lees ik dit boekje, uitgegeven in een klein formaat dat het goed doet, met alle plezier. Elke regel stelt het uitdagende genre van het aforisme ter discussie. De eisen liggen hier veel hoger dan bij gedichten. Bij aforismen gaat het ook om meer dan gelijk hebben. Dat is mijn aforisme.

Willem Huberts, De man met vele namen. Bertus Smit 1897-1994. 2017 76 p.  € 19,50 | Maarten Doorman, Doormans klein handorakel. 100 aforismen. 40 p. € 9,50 (Uitgaven van Flanor, Beijensstraat 30, 6521 EC Nijmegen uitgeverijflanor@gmail.com)

| Eerder verschenen in de rubriek 'Schoon & haaks', in De Parelduiker 22 (2017), nr. 4, pp. 72-74.